Month: juni 2015

The office of lost time strijkt neer in de nieuwe IJ-hal van station Amsterdam Centraal

In samenwerking met NS realiseert Over het IJ Festival een programma op en rond station Amsterdam Centraal. Gezamenlijk willen beide partijen de Amsterdammers en de reizigers naar Amsterdam kennis laten maken met locatietheater en station Amsterdam Centraal op een unieke manier tot leven laten komen. Daarmee wordt reistijd eigen tijd.

Dit jaar strijkt The office of lost time van Olivia Reschofsky en Alice Pons neer in de nieuwe IJ-hal van het station. Het ‘kantoor’ is open op werkdagen, van 16:00 tot 20:00 uur, en biedt een onverwachts gevoel van thuis. Olivia en Alice nodigt de reiziger uit om tien minuten in de fauteuil van hun kantoor te komen zitten. Na een korte conversatie krijg je een kleine ervaring. Je kunt ook afspreken dat je later in de week terugkomt, dan maken ze iets speciaal voor jou.

Met The office of lost time maken Alice en Olivia de verloren tijd, de tussen momenten van de passanten, speciaal door ruimte te creëren voor verbeelding, fantasie en intimiteit.

Te zien van 29 juni tot en met 10 juli in de IJ-hal op station Amsterdam Centraal.

Dag Wereld, van natuur naar beton

Thabi Mooi, Ateliermaker Oerol/Over het IJ Festival – 20 juni 2015

Dag Oerol Terschelling! Daar is mijn filminstallatie ‘Dag wereld’ in premiere gegaan en heb ik de beelden voor het eerst getoond aan een breed publiek. Op de vele bijzondere gesprekken met bezoekers, intieme  ontboezemingen en gedeelde tranen. Ik voel me zo dankbaar dat ik kan doen wat ik doe (theatermaken) en door middel van beelden en muziek mensen kan verbinden en ontroeren. Soms ook verwarren of pijnlijke gevoelens laten ervaren, maar hen op wat voor wijze dan ook beroeren.

Dit kwam vooral ook door de bijzondere locatie- het bos bij het meertje van Hee op Terschelling- waar het publiek en ik elkaar ontmoetten. Hier konden mensen rustig zitten, liggen, met elkaar praten of gewoon voor zich uit staren. Een verstilde plek, waar je de dennenappels van grote hoogte hoorde neervallen. Waar mensen zich op organische wijze nestelden tegen bomen. Spontaan ontwikkelden zich op de bank gesprekken tussen mensen, die daarvoor vreemden van elkaar waren.  Klinkt als een idylle? In de afgelopen dagen was dit werkelijkheid.

Hier strandden mensen die de tijd hadden of namen, rustig 3 kwartier, soms zelfs 1,5 uur wachtten, voor zij  iets te zien kregen. Mensen die het spannend vonden dat ik hen vooraf in het ongewisse liet, zodat zij de film zo open mogelijk konden ervaren. Hun nieuwgierigheid en openheid ontroerde mij.  De associatieve beelden die ik op intuïtieve wijze verzameld en gefilmd had met mijn crew, zijn niet voor één gat te vangen. Ze openen werelden en betekenissen die op vele verschillende manieren te interpreteren zijn. Dat werd me door de verschillende nagesprekken wel duidelijk.  Droom, nachtmerrie, ebola crisis, eenzaamheid, liefde, vluchteling, loslaten, rouw, kilte, warmte en beton. Alles kwam voorbij. De meest rake uitspraak was van een oudere vrouw met rode bril: wel niet wel niet zweven tussen leven en dood.

In alle eenvoud verwoorde een vreemde dame de kern van mijn onderzoek. Op zulke momenten schoot ik vol, omdat ik ineens voelde hoe persoonlijk dit project is en ik nog volop bezig ben met het verlies van mijn  broer. Maar de gesprekken waren ook enorm troostrijk, omdat ik me ineens realiseerde hoeveel mensen hun dierbaren en persoonlijke herinneringen aan hen met zich mee dragen. En alhoewel niet iedereen te maken heeft gehad met verlies (wel veel mensen) of de dood zelf in de ogen hebben gekeken (sommigen), herkenden velen het gevoel tussen twee werelden te zweven, net zoals je soms in je slaap doet.

Woord voor woord-stap voor stap- werd mij steeds meer duidelijk waar de film, de installatie en mijn onderzoek om draaien. Het schemergebied tussen zijn en niet zijn en je daartoe te kunnen overgeven. Deze elementen ga ik de komende maanden uitdiepen en proberen om te zetten naar een theatrale ervaring. Door alle mooie gesprekken heb ik ondervonden dat er mensen openstaan voor zulke bijzondere ervaringen. Alle inspiratie- tips (boeken, films) maar ook reisadviezen (Afrika, India) neem ik mee in mijn rugzak. Stiekem sta ik al te trappelen om op avontuur te gaan, maar eerst ga ik de filminstallatie naar het NDSM-terrein in Amsterdam brengen. Daar waar de warmte van de Terschellingse natuur ontbreekt en ik op andere wijze een intieme ruimte moet zien te creëren. Een plek waarin mensen de tijd nemen, openstaan voor gesprekken en bereid zijn hun innerlijk bloot te leggen.  Ha ga d’r maar aanstaan!

Nieuwsgierig naar mijn performance? Lees dan meer over data, tijden en tickets bij Programma.

De Lokale Stad: de makers en hun wijken

Tess Scholten, Dramaturg De Lokale Stad – 22 juni 2015

Om de verbinding tussen het Festival, de stad en haar bewoners te versterken zullen vier makers zich zes maanden lang onderdompelen in vier buurten in Amsterdam Noord. In hun werk reflecteren zij op de actuele thema’s waar ze in de wijken tegenaan lopen.

Bij de ingang van de Puur Natuur Tuin in Tuindorp Oostzaan, de buurt waar Bert Hana aan het werk is, staat een bord waarop te lezen valt dat in de tuin geëxperimenteerd mag worden. Een prikkelende uitnodiging, maar Bert heeft de buurtbewoners nog niet kunnen betrappen. Misschien experimenteren ze alleen als wij er niet zijn? Het is opvallend dat mensen in deze buurt sowieso graag communiceren via bordjes. Daarop staat wat er allemaal wel en niet mag. Misschien hangt Bert binnenkort zelf wel een paar bordjes op. Maar hij broedt ook op andere manieren om contact te maken met de buurtbewoners. Zo ontmoette hij via een briefje in de supermarkt een man die op zoek was naar een walkman. De man loopt elke dag dezelfde route door buurt en luistert daarbij naar klassieke muziek. Bert liep met hem mee en leerde zo de soundtrack van zijn buurt kennen.

Karlijn Kistemaker verdiept zich in de buurt Buiksloterham. Daar is een groot, duurzaam zelfbouw-project in ontwikkeling. Dit heeft ervoor gezorgd dat er in korte tijd een geheel nieuwe groep bewoners in dit gebied is komen wonen. Tijdens een gezamenlijk bezoek aan een van de huizen die daar gebouwd worden, bleek Karlijn van alles te weten over de verschillende kavels, de mensen die op de kavels bouwen en de buurttafel die vóór een van de kavels opgericht zal worden. Ook kreeg ze tijdens een gesprek met een bewoner al een hele concrete vraag: of ze met haar werk iets kon doen aan het nieuwe, veel te hoge gebouw dat het uitzicht in de straat had verpest. Karlijn bespeurt veel idealisme in de wijk. Maar ondanks het feit dat iedereen het steeds over dezelfde begrippen heeft, vraagt Karlijn zich af of de betrokken partijen ook echt hetzelfde bedoelen.

Regisseur Martijn Klink werkt samen met schrijfster Sara van Gennip in de buurten de Bongerd en Hogeland (ook gelegen in Tuindorp Oostzaan). Tussen deze twee buurten is misschien wel de grootste tegenstelling zichtbaar. In Hogeland ligt de gemiddelde leeftijd relatief hoog en wordt een gedeelte van de huizen bewoond door mensen met een verstandelijke beperking. In de Bongerd worden ongeveer 1400 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Bewoners in deze wijk hebben het plan opgevat om de oude betonkraan, het Paard van Noord, om te toveren tot ontmoetingsplek. Is het mogelijk om de oorspronkelijke bewoners bij de nieuwe ontwikkelingen in deze wijk te betrekken? Martijn en Sara vinden het vooral van belang dat hun aanwezigheid verder reikt dan de zes maanden die ze in de wijk doorbrengen. Wat blijft er in de buurt overeind als zij na oktober verdergaan?

Hilde Tuinstra’s verblijf in de wijk Buikslotermeer is een vervolg op het onderzoek dat ze in maart deed voor FrasLab. Met jongeren uit de buurt onderzocht ze of de thema’s waar theatermakers zich mee bezighouden enig verband houden met de wereld buiten het theater. Voor Over het IJ Festival gaat ze verder met het verkennen van de buurt. Ze wil zich niet uitsluitend richten op jongeren, maar de wijk in al zijn diversiteit onder de aandacht brengen. Ze zocht contact met de wijkagent en liep mee tijdens de vaste route door de buurt. Deze wandeling wil ze nu vaker gaan maken, steeds in het gezelschap van een andere bewoner uit de wijk. Een oma, yogamoeder, politicus, ondernemer. Zo blijft ze de buurt steeds met andere ogen bekijken en hoopt ze uiteindelijk een gesprek op gang te brengen tussen de verschillende groepen.

Via deze blog doe ik de komende maanden verslag van het wijkmakersproject. Ik ga met de makers de wijken in om het proces te volgen. Ook zal ik mijn eigen uitstapjes maken om het project te contextualiseren. Tijdens het festival wordt er een gegidste fietsroute door de wijken georganiseerd. Chris Keulemans (oprichter van o.a. de Tolhuistuin) en ik nemen het publiek mee en gaan langs de route in gesprek met de makers. Zo krijgen de bezoekers alvast een inkijkje in het werkproces van de makers en de resultaten tot nu toe.

Interesse in de tour? Bekijk het hele programma van De Lokale Stad via Programma en koop daar gelijk je ticket!

OVER HET IJ FESTIVAL VERBINDT EN VERBEELDT DE STAD

Blog: Simone Hogendijk, Artistiek leider – 16 juni 2015

Vogeldorp is ooit gebouwd als een tijdelijk dorp om de havenarbeiders ruimte te bieden met hun gezinnen. Bijna 100 jaar later staat dit dorp er nog, grenzend aan de Meeuwenlaan en leunend tegen het Viegenbos in Amsterdam Noord. De bewoners zijn hier inmiddels niet meer dezelfde, maar vormen een afspiegeling van het nieuwe Amsterdam, die stad die volop in verandering is in stedenbouwkundig opzicht en in zijn bewonerssamenstelling.

Dit is de plek waar ik woon. Waar de postbode is geboren in het dorp en na even weg geweest te zijn, het niet kon laten om er weer terug te keren. Zij kent alle bewoners, als dat niet is via de enveloppen die ze bezorgd, dan wel door de praatjes die ze met iedereen maakt, waardoor ze ook weer iedereen op de hoogte weet te houden van wat er speelt in alle hoeken en gaten van dit bijzondere gebied. Ze is een verbindende schakel en een vat vol inspirerende verhalen die mijn verbeelding altijd aanzet. En wat zo fijn is; zij komt altijd weer terug, en brengt dan iets mee, een envelop en met een beetje geluk een mooi verhaal. Zelfs als ze er niet is, weet je dat ze in de buurt is en dat er verhalen broeien achter ramen en deuren en enveloppen vol dromen liggen te wachten in een postzak. In Vogeldorp heeft het begrip tijdelijkheid een nieuwe vorm gevonden.

En de bewoners voelen zich er thuis, ik voel me er thuis. We wonen er alleen, maar delen iets met elkaar; behalve en misschien wel dankzij een postbode ook een bijzondere plek met bewoners wiens verhalen, zorgen en dromen worden gedeeld. Misschien is dat wel een van de redenen dat ik mezelf ook zo thuis voel op de NDSM-werf. Al is dit geen woon, maar werk gebied, de gebruikers van de werf, de kunstenaars, de ondernemers, wij als festivalorganisatie, hebben ons gevestigd als tijdelijke gebruikers, maar wat we hier denk ik met elkaar delen is dat ook wij niet zomaar even willen langskomen.

We doen er met elkaar alles aan om van deze plek een duurzame plek te maken die een bijzondere functie heeft binnen de stad. Daarom werkt Over het IJ Festival vanaf nu meer dan ooit samen met verschillende partijen op de NDSM-werf. Toen het festival hier 23 jaar geleden begon waren er behalve kunstenaars nog geen, of weinig ondernemers en horeca en maakte het festival ieder jaar zijn eigen festivalhart. Inmiddels is de werf volop in verandering en voelt het niet goed om hier vanaf buiten iets aan toe te voegen, als iets wat even langskomt en daarmee alle kracht en expertise die er al is te negeren in plaats van te betrekken. Dat is namelijk precies wat we binnen het programma ook niet willen, – wij gaan graag duurzame relaties aan met de stad en zijn bewoners.

Daarom zijn wij samen met allerlei vertegenwoordigers van de werf het festivalterrein gaan ontwerpen. Hieruit ontstond behalve een bijzondere samenwerking ook een stevige festivalstad, verspreid over de hele werf, verbonden door voorstellingen  van Over het IJ Festival, en gedragen door de hele werf. Rond de al bestaande horeca plaatsen wij onze Zeecontainers van het Zeecontainerprogramma, de makers verbinden zo samen met de verschillende voorstellingen van het Nieuwe makers Programma en beeldende kunst/ theatrale installaties alle losse plekken op de werf met elkaar en bouwen samen aan een bijzondere festivalstad in de stad Amsterdam, met een sterke kern op de NDSM-werf en die zijn tentakels uitslaat langs en tot vlak over de oevers van het IJ en tot diep in Noord.

De stad is het speelterrein van Over het IJ Festival; centraal staat de context van die stad en zijn bewoners en specifiek van het stadsdeel Amsterdam-Noord en de NDSM-werf en daarbij de vraag hoe de kunstenaar zich hiertoe verhoud en er een rol in kan spelen. Over het IJ Festival voel een grote noodzaak om alle ruimte te geven aan nieuw talent voor het (verder) ontwikkelen van een visie op werken op locatie en het onderzoeken van hun rol als kunstenaar, geeft veel aandacht aan talentontwikkeling(trajecten) en stimuleert hiermee zowel het stedelijke als landelijke theater/ kunstenveld. Dit vormt de basis van het festival waaruit al veel makers zijn doorgestroomd in het reguliere programma of naar elders in het veld. Hiernaast presenteren we werk van (meer) gevestigde makers.

Over het IJ Festival daagt alle deze theatermakers en kunstenaars vanuit alle disciplines nadrukkelijk uit om in deze stedelijke omgeving te kijken waar het (in combinatie met hun werk) schuurt, brandt, of bloeit en hier met hun werk op te reageren of reflecteren. Over het IJ Festival kiest voor makers die net als wij geloven in de intrinsieke waarde hiervan binnen hun werk, waarmee ze iets veroorzaken of bewerkstelligen, en die dit niet zien als doel op zich maar als vanzelfsprekend gegeven. Hun voedingsbodem kan zowel een volksbuurt zijn, een fysiek gebouw, een terrein of een voedselbank, als de zichtbare of onzichtbare verhalen die hier leven. Het werk dat hieruit voortvloeit zoekt de interactie op met de omgeving/ locatie en is daarmee een vorm van locatietheater, kunst in de openbare ruimte, een installatie, een route, documentair of bijvoorbeeld meer sociaal artistiek geëngageerd werk.

Behalve het tonen van dit werk is er binnen het festival ook alle ruimte voor verschillende (theatrale) vormen van gesprek met de kunstenaars en de aan hun werk gerelateerde thema’s die leven in de stad, met zowel de kunstenaars zelf als de bewoners uit de stad in het programma De Stad van Morgen dat alle losse onderdelen uit het programma met elkaar verbindt.

Net als de postbode van Vogeldorp hoopt Over het IJ Festival een verbindende schakel in de stad te zijn, een matchmaker die dan geen brieven rondbrengt, maar wel bijzondere voorstellingen met net zo inspirerende verhalen die de verbeelding aanzetten zoals zij weet te doen en je met een nieuwe blik naar je (directe) omgeving laten kijken. En net als de postbode komen wij steeds weer terug, en blijven graag nog veel langer.

Simone Hogendijk

Artistiek leider

 

Festivals voorzichtig positief over investeringen Bussemaker

Reactie Verenigde Nederlandse podiumkunstenfestivals op Ruimte voor cultuur, uitgangspunten cultuurbeleid 2017-2020 Minister Bussemaker.

De Verenigde Nederlandse podiumkunstenfestivals zijn blij met de visie en voorzichtig positief over de investeringen van Minister Bussemaker in het geheel en specifiek voor festivals. De Raad adviseerde meer ruimte voor festivals – voor zowel hun rol als in budgettaire ruimte – en dit krijgt deels zijn beslag in de vandaag verschenen uitgangspuntennota van de Minister. Er blijft slechts 1 plaats voor een podiumkunstenfestival beschikbaar in de basisinfrastructuur (bis).

De podiumkunstenfestivals zijn blij met de uitgesproken waardering. Zowel de Raad voor Cultuur als de Minister zien festivals als pioniers die talentontwikkeling en coproductie kunnen realiseren en nieuwe publieksgroepen bereiken op een zowel lokaal als (inter-) nationaal niveau. De festivals zien het extra geld (2,6 miljoen over alle festivaldisciplines verdeeld) als een positieve eerste stap en opening voor gesprek. Want hoewel de Minister het actuele belang van de festivals herkent is het budget lager dan de Raad voor Cultuur adviseerde en voor de verwachtte taakvervulling ook te bescheiden. Ook blijkt nog niet eenduidig uit de brief hoe deze waardering uiteindelijk zijn beslag krijgt in de verschillende beleidsterreinen en bij de zes cultuurfondsen. De festivals zetten zich als moderne, hybride kunstinstellingen graag in om de relatie tussen publiek en kunst blijvend te versterken.

De visie van de minister sluit aan bij de oproep die de festivals in februari zelf deden in het #Festivalmanifest.

Kunst als verbinder, smeermiddel en innovator

Acht jaar geleden kwam ik werken bij Over het IJ Festival. Het kantoor was gevestigd in een afgekeurde kantoorunit, waar het binnen waaide als het stormde en lekte als het regende. Precies zoals je het op een oude scheepswerf verwacht.

Waar soms in de winter de verwarming het niet deed en wij in cafés werkten, of met mutsen, handschoenen en sjaals achter onze bureaus kleumden. En in de keuken leefden muizen, heel veel muizen. Het kantoor was klein, te klein en er was weinig structuur binnen de organisatie. Maar we kregen het ieder jaar weer voor elkaar om een mooi festival neer te zetten, met kritiek van de kunstkenners en complimenten van het publiek, een stevig groeiend aantal bezoekers.

De afgelopen jaren heeft het festival zich inhoudelijk sterker neergezet, zonder het publiek te verloochenen. En nog steeds houden we kantoor in een tijdelijke unit, nu zonder muizen en de verwarming blijft het doen. En er is veel meer structuur, maar minder budget. De regels voor het werken op locatie zijn ook strenger geworden, veel mag niet meer. Wij proberen toch jaarlijks weer het onmogelijke te realiseren, met een klein team, voeten in de modder, wij doen het voor de kunst, voor het verhaal dat we willen vertellen.

De werf om ons heen is veranderd en wij zijn te lang hetzelfde gebleven. Het werd nostalgie, dat festival van ons, uit vervlogen tijden en dat klopt niet als je een festival van en over de stad wilt zijn. Voor dat laatste hebben we opnieuw gekozen. We willen ons verbinden met onze omgeving, met onze stad, met steden in het algemeen, met de wereld waarin wij leven. Omdat ik vind dat wij zelf kunnen bepalen hoe deze wereld eruit ziet en dat festivals als Over het IJ Festival hierin een belangrijke rol kunnen spelen. Een voorbeeld voor hoe wij die wereld kunnen bouwen samen met anderen, zoals met de gebruikers van de werf en met de bewoners van de stad. Kunst gaan wij inzetten als verbinder tussen een idee en de werkelijkheid, als smeermiddel, als innovator.

Onze cultuur brengt en houdt ons samen. Culturele verschillen maken het levendig in onze samenleving. Want zonder kunst is het leven maar saai en eentonig. Over het IJ Festival en haar makers zullen daarom gelukkig ook dit jaar weer genoeg leven in de brouwerij brengen, nog steeds op de plek waar het allemaal begon, de NDSM werf, en ook in Noord en langzaamaan steeds verder de stad in. Ik hoop dat iedereen van vroeger én nu er weer bij zal zijn!

Esther Lagendijk

Algemeen Directeur