Month: oktober 2015

Podiumkunstfestivals zetten lobby voort

De Verenigde Nederlandse Podiumkunstfestivals: “Lobby nog niet ten einde”

Afgelopen dinsdag, 27 okt, is in de Tweede Kamer een aantal moties ter stemming gebracht, over het budget (2,6 miljoen) dat de minister heeft vrijgemaakt ter versterking van de positie van Nederlandse festivals.

De Nederlandse Podiumkunst Festivals hebben sinds begin dit jaar actief gelobbyd voor beleidsaandacht en bijbehorend budget voor de soms penibele situatie van Nederlandse podiumkunsten festivals. Er is veel te weinig ruimte zowel in de BIS als bij het Fonds Podiumkunsten. De minister oormerkte 2,6 miljoen extra budget voor festivals om wat lucht te kunnen geven.

Wij juichen het toe dat een aantal van onze festivals de extra ondersteuning krijgt dat deze festivals verdienen en kamerleden blijven streven naar extra ondersteuning van de podiumkunst festivals. De lobby van deze festivals heeft zich er dan ook op geconcentreerd dit geoormerkte budget integraal over te hevelen naar podiumkunst festivals, met extra nadruk op het festivalbudget van het Fonds Podiumkunsten voor de periode 2017-2020. De Nederlandse Podiumkunst Festivals betreuren echter sterk dat het geoormerkte en broodnodige festivalbudget, na de inbreng van de tweetal moties, versnipperd dreigt te raken en ten dele ingezet gaat worden voor andere reparaties, zoals een jeugdtheatergezelschap. Daarnaast ligt onhelderheid in keuze voor festivals, in plaats van visie, op de loer.

De festivals zetten de lobby voort om de zeer ontoereikende middelen voor podiumkunst festivals te vergroten. Wij doen hierbij een dringend beroep op de minister om het overgebleven deel van het extra budget over te hevelen naar het Fonds Podiumkunsten, zodat deze zijn rol ten opzichte van festivals beter kan vervullen. De festivals geloven in de rol van het Fonds Podiumkunsten en dat dit fonds de expertise in huis heeft om tot goede afgewogen oordelen te komen in het belang van een vitaal podiumkunst landschap. Samen zijn de festivals immers van grote betekenis. Met hun discipline brede aanpak, waarbij zowel dans, theater, muziektheater en muziek en alle aanpalende disciplines de ruimte krijgen, nemen ze een belangrijke plek in in het podiumkunstenbestel, werken ze aan ontwikkeling van makers, (co)produceren en presenteren ze nieuw werk en zorgen voor een omvangrijk publieksbereik.

De Nederlandse Podiumkunst Festivals

De rol van de kunstenaar in Amsterdam-Noord

Slotblog Wijkmaken door Tess Scholten, dramaturg De Lokale Stad, 21 oktober 2015:

De rol van de kunstenaar (in Amsterdam-Noord)
– een beschouwing op zes maanden Wijkmaken

De Wijkmakers (Martijn Klink & Sara van Gennip, Karlijn Kistemaker, Bert Hana en Hilde Tuinstra) zijn nu zes maanden aan het werk in hun wijken in Amsterdam-Noord. Ik volgde hen gedurende die periode in hun proces en schreef daar regelmatig een blog over. Aankomend weekend (24 en 25 oktober) tonen zij hun eindresultaten in twee fietsroutes tijdens 24H Noord.

Ondanks het feit dat het traject bijna afgelopen is, blijkt er één vraag nog altijd even prominent aanwezig als aan het begin van deze zes maanden: wat is de rol van de kunstenaar, of beter gezegd wat is onze rol in deze wijken? De vraag naar hun rol, en dus hun werkwijze en uiteindelijke betekenis in de buurt, is een vraag waar de Wijkmakers onvermijdelijk mee te maken en mee te worstelen kregen tijdens hun traject.

Om te proberen de rol van de kunstenaar te reduceren tot één alles omvattend zinnetje zou onbegonnen werk zijn en zou bovendien geen recht doen aan de ontelbare manieren waarop er invulling gegeven kan worden aan die rol. De rol van kunst en de kunstenaar is onlosmakelijk verbonden aan en volledig afhankelijk van de kunstenaar in kwestie. Elke maker heeft zijn eigen identiteit, zijn eigen stijl en zoekt op zijn eigen manier naar betekenis. Zo ook de vijf Wijkmakers. Al doen ze allemaal mee aan hetzelfde traject en worstelen ze met gelijksoortige vraagstukken, elk van hen geeft een geheel eigen invulling aan zijn of haar rol als kunstenaar.
Wijkmaker Karlijn Kistemaker vatte elk van hun doelen kort maar krachtig samen:
Bert wil de buurt iets geven en samen met de buurtbewoners iets maken, Hilde wil de buurt in al zijn verscheidenheid tonen, Martijn en Sara willen de twee uit elkaar gedreven gebieden in hun buurt met elkaar verbinden en Karlijn zelf wil haar buurtgenoten alleen nog maar pijn doen.

Hoewel de vraag naar de rol van kunst en de kunstenaar altijd relevant is en het belang van een werk altijd ter discussie gesteld mag worden, is het opvallend dat bij sociaal artistieke projecten (een begrip dat in 2000 zijn intrede deed en gebruikt wordt voor kunstprojecten die gestoeld zijn op een maatschappelijke betrokkenheid) de vraag naar het belang explicieter gesteld wordt.

Er zijn verschillende manieren en momenten waarop deze vraag aan bod kan komen. Simon Allemeersch, een Vlaamse theatermaker die meer dan twee jaar in de wijk Rabot in Gent gewerkt heeft en met wie de Wijkmakers onlangs een ontmoeting hadden, stelt vast dat dit een vraag is die in zijn ervaring voornamelijk na afloop van een project naar voren komt in de reacties van het publiek. Het zijn de toeschouwers die zich bijvoorbeeld afvragen of het niet zielig is voor buurtbewoners om ingezet te worden in een voorstelling. Als een acteur drie uur lang nat op het toneel moet liggen vindt de toeschouwer dat blijkbaar geen probleem, maar als een ‘echt mens’ het moet doen dan is het plotseling zielig.

Het zijn ook de toeschouwers die de vraag stellen wat het project nu eigenlijk betekent heeft voor de mensen die eraan meegedaan hebben; of ze er echt iets aan gehad hebben of liever nog: of ze er beter van geworden zijn. Volgens Simon zijn dit niet de vragen die gesteld moeten worden. De vraag creëert afstand en verraadt dat een dergelijk project wordt gezien als iets dat op zichzelf staat en waar wij als toeschouwer verder niets mee te maken hebben. De vraag van de toeschouwer ‘wat heeft dit voor hen betekent?’ zou moeten zijn: wat betekent dit voor mij?

Het feit dat deze vraag bij sociaal artistieke projecten bijna zonder uitzondering gesteld wordt en bij ‘reguliere’ voorstellingen in de zaal niet (of in elk geval minder vaak), doet vermoeden dat de kunstenaar in werk dat zich buiten het theater begeeft een andere rol toebedeeld krijgt. Alsof de kunstenaar in een sociaal artistiek project geen volledige vrijheid meer heeft, alsof er een bepaald doel bereikt moet worden. De mensen die met het project in aanraking komen, moeten er blijkbaar beter van worden. Zo wordt de kunstenaar in zekere zin verantwoordelijk voor het lot van de mensen waarmee hij in aanraking komt en verliest hij tot op zeker hoogte de mogelijkheid om op een autonome manier te werk te gaan.

Het is echter niet alleen het publiek dat het belang van sociaal artistieke projecten bevraagt en daarmee vraagtekens zet bij de rol van de kunstenaar. In de groeps en inspiratie bijeenkomsten die regelmatig plaatsvonden met de Wijkmakers is duidelijk geworden dat ook de kunstenaars zelf worstelen met hun rol. Na zes maanden werken in de wijken lijkt één vraag nog altijd de ondertoon te voeren: wat doe ik hier (in godsnaam)?

Misschien wel de belangrijkste reden dat deze vraag actueel blijft, is het feit dat projecten als deze plaatsvinden in bestaande buurten en dat de makers geconfronteerd worden met echte mensen, waarvan de meeste geen ervaring hebben met de wereld van kunst of theater. En ook al zijn de makers niet verantwoordelijk voor het lot van de buurtbewoners en ook al heeft Over het IJ Festival bewust geen expliciete opdracht meegegeven, behalve vanuit hun artistieke kracht te reageren op thema’s en vraagstukken die in hun buurten spelen (en is er dus geen specifiek bepaald doel wat bereikt moet worden), het feit blijft: je begeeft je als maker in een buurt en daar moet je iets mee. Je moet de locatie, de bewoners en de context erkennen om er een visie op te vormen. En dus is het continue balanceren tussen het autonoom uitvoeren van eigen werk en tegelijkertijd op een integere manier omgaan met de mensen waarmee de makers in aanraking komen en die wellicht een rol zullen spelen in het werk dat ze gaan maken.

Misschien is de vraag die gesteld moet worden: hoe creëer je als maker een sfeer waarin er een co-creatie kan plaatsvinden? Als de maker op voorhand al een duidelijk plan of doel heeft, verworden de buurtbewoners tot figuranten. Maar als de maker een manier kan vinden om samen te werken met buurtbewoners, als de buurtbewoners bij wijze van spreken op hetzelfde niveau komen te staan als de kunstenaar, dan is er sprake van een uitwisseling. Het is in feite het verschil tussen het poneren van een stelling of het stellen van een oprechte vraag; het verschil tussen ik kan jou gebruiken of ik heb jou nodig.

Maar zelfs als je als maker een vorm hebt gevonden waarin je de buurtbewoners wezenlijk onderdeel kunt laten zijn van het proces (wat natuurlijk veel makkelijker gezegd is dan gedaan), dan nog zal er altijd sprake blijven van mensen die daar niet op zitten te wachten. Mensen die bijvoorbeeld al te vaak in aanraking zijn gekomen met “kunstenmakers die hun plannetje komen uitvoeren om de buurt te verbeteren”. Daarnaast zijn er ook genoeg mensen die er niet eens sceptisch of onwelwillend tegenover staan, maar die vooral volkomen neutraal zijn. Mensen die hun buurt puur zien als een plek om te wonen en zich daar verder niet speciaal toe willen verhouden. Dit heeft vanzelfsprekend alle bestaansrecht maar is daarmee nog iets waar de makers zich toe moesten verhouden.

Daarnaast is het voor de kunstenaars, die allemaal voor het eerst aan een dergelijk project meedoen, niet alleen zoeken naar hun rol, maar ook naar de manier waarop ze die rol in de praktijk kunnen brengen. De één is van mening dat het niet uitmaakt wat je ook doet, als het maar voortkomt uit de goesting om vuurwerk af te steken. Met andere woorden: als je met veel enthousiasme iets doet wat iedereen gewoon tof vindt, dan dient de ethische, filosofische of maatschappelijk vraag zich vanzelf wel aan. De ander begint juist met die ethische, filosofische of maatschappelijke vraag en zoekt naar een manier om zijn eigen stem daarin door te laten klinken.

Waar Bert eerst van plan was speldenprikjes uit te delen aan de inwoners van Tuindorp Oostzaan, is hij van die gedachte teruggekomen. Naar zijn mening liep hij met die aanpak te veel het risico om de bewoners voor schut te zetten. In plaats daarvan is hij op zoek gegaan naar een manier om de creatieve gedachten van de buurtbewoners in zijn project te betrekken. Sara en Martijn zijn van het begin af aan vastbesloten geweest om de twee wijken in het aan hen toebedeelde stukje Noord met elkaar te verbinden en zetten daarvoor nu een enorm houten paard op wielen in. Hilde wilde met de camera de buurt en de bewoners vastleggen, ze vooral tonen zoals ze echt zijn en hun verbintenis met het Buikslotermeerplein laten zien. Zij heeft echter ontdekt dat soms de mooiste verhalen pas verteld worden als de camera er niet bij is. Dus is zij weer op zoek gegaan naar een theatrale manier om de verhalen die ze ontdekt heeft te verwerken. En Karlijn is in haar poging om de zelfbouwers en kavelkampeerders te voorzien van de hoognodige portie humor en relativering dusdanig in hun drama’s meegesleept dat ze zelf haar humor verloren is en ze de mensen die haar weggestemd hebben van de camping alleen nog maar pijn wil doen.

Presentaties door de Wijkmakers zelf tijdens 24H Amsterdam-Noord op 24 en 25 oktober
Wie met eigen ogen wil zien hoe de makers hier het afgelopen half jaar hun weg in hebben gevonden en wat het resultaat van hun zoektocht is, kan in het weekend van 24 oktober (tijdens 24H Noord) en 25 oktober (in een eigen programma) mee op een fietstocht langs de verschillende projecten. De resultaten zullen gepresenteerd worden in twee double bills.

Double bill 1 bestaat uit Bert Hana (Tuindorp Oostzaan) en Hilde Tuinstra (Buikslotermeer), in double bill 2 ziet je Martijn & Sara (de Bongerd en Hogeland) en Karlijn Kistemaker (Buiksloterham).

Tijdens 24H AMSTERDAM-NOORD op 24 oktober starten de double bills om 14.00 uur, einde ongeveer 16.30 uur. Op zondag 25 oktober presenteren de Wijkmakers hetzelfde programma. De double bills starten dan om 16.15 uur, einde ongeveer 18.30 uur. Je kunt per dag dus een ontmoeting krijgen met twee Wijkmakers, hun werk en hun buurten. Als je werk van alle vier de makers wilt zien, kan je beide dagen komen kijken.

Toegang is gratis voor beide dagen, maar meld je aan via pim.luitjes@overhetij.nl en vermeld welke double bill op welke dag je voorkeur heeft. Startpunt is op de NDSM-werf, buiten bij de Grote Scheepsbouwloods, voor de grote blauwe deuren.

LET OP: kom op de fiets!

Tess Scholten

Fotograaf: Michiel Cotterink

Ontdek Over het IJ Festival tijdens 24H Amsterdam-Noord!

OVER HET IJ FESTIVAL PRESENTEERT OP 24 EN 25 OKTOBER TIJDENS 24H AMSTERDAM-NOORD DE LOKALE STAD  EN HAAR WIJKMAKERS

Op beide dagen kun je een ontmoeting krijgen met een viertal theatermakers, de zogenaamde ‘Wijkmakers’, in De Lokale Stad. Zij zochten het afgelopen half jaar contact met bewoners en gebruikers van een wijk in Amsterdam-Noord, brachten in kaart wat hier speelt of leeft, lieten zich hierdoor inspireren, uitdagen, verwonderen en soms boosmaken en reflecteerden of reageerden hier op met hun werk. Ieder met hun eigen vorm en inhoud en vanuit hun eigen artistieke kracht van verbeelding. Zij presenteren hun werk in hun buurten. Je ziet het resultaat van een half jaar werken door deze theatermakers in Amsterdam-Noord. Als je werk van alle vier de makers wilt zien, kun je beide dagen komen kijken.

Startpunt is op de NDSM-werf, buiten voor de Grote Scheepsbouwloods, voor de grote blauwe deuren. Toegang is gratis voor beide dagen, maar meld je aan via pim.luitjes@overhetij.nl en vermeld welke double bill op welke dag je voorkeur heeft:

Zaterdag 24 oktober – beide double bills starten om 14.00 uur, einde ongeveer 16.30 uur.
Zondag 25 oktober – beide Double bills starten om 16.15 uur, einde ongeveer 18.30 uur.

LET OP: kom op de fiets! 

Double bill 1:
Op de fiets bezoek je Bert Hana in Tuindorp Oostzaan. Samen met de bewoners van Tuindorp- Oostzaan ontwikkelende hij het plan om een romantisch drama te verfilmen.
Vervolgens bezoek je Hilde Tuinstra in Buikslotermeer. Het Buikslotermeerplein geldt als het lelijkste plein van Amsterdam en tegelijkertijd als glorieuze (Noord-Zuid) poort naar de toekomst. Hilde onderzoekt hier hoe de mensen die hier leven en werken een ‘thuis’ creëren en wat hun visie op de toekomst is.

Double bill 2:
Of je kiest voor het duo Martijn Klink en Sarah van Gennip die werkten in Tuindorp Oostzaan met de focus op de wijken De Bongerd en Hogeland. Sara en Martijn klommen op de rug van een houten paard en bezochten kinderboerderij en cementkraan, zorginstelling en nieuwbouw, om te ontdekken dat wonen een werkwoord is.  Vervolgens ga je op weg naar Kavel Kamp Noord van Karlijn Kistemaker, die werkte in de Buiksloterham. Karlijn liet zich meeslepen door humorloze zelfbouwers die 1,5 maand op de kavelcamping stonden om zo hun droomkavel te kunnen bemachtigen.


ACHTERGROND TRAJECT DE LOKALE STAD – WIJKMAKERS

Over het IJ Festival verbindt zich met de omgeving, met de buurten van Amsterdam-Noord en met de onderwerpen die daar leven. Het festival heeft van mei t/m oktober 2015 een viertal nieuwe theatermakers gekoppeld aan een wijk in Amsterdam-Noord waar thema’s leven die vragen om een andere aanpak, blik, of verandering. De zogenaamde ‘Wijkmakers’ zochten contact met bewoners en gebruikers van hun wijk, brachten in kaart wat hier speelt of leeft, lieten zich hierdoor inspireren, uitdagen, verwonderen en soms boosmaken en reflecteerden of reageerden hier op met hun werk. Ieder met hun eigen vorm en inhoud en vanuit hun eigen artistieke kracht van verbeelding.

Met dit traject wil Over het IJ Festival focus geven aan een belangrijke rol die de kunstenaar binnen de stad kan hebben aangaande invloed binnen de gemeenschap en op stedelijke ontwikkelingen. Juist in de stedelijke omgeving met zijn veelheid aan levensvormen, culturen en verhalen is het ook van belang te onderzoeken wat ons bindt. Wat maakt ons tot een gemeenschap en op welke manier? Kan kunst een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van nieuwe vormen van gemeenschappelijkheid of hier iets binnen veroorzaken? De rol van de kunstenaar en hoe ver die rijkt, of kan rijken, hoe kunstenaarschap en de kracht van verbeelding middenin de samenleving kan worden ingezet is een belangrijk en onoverkomelijk deelonderzoek van de betrokken Wijkmakers gebleken.

ACHTERGROND VAN DE WIJKMAKERS

Hilde Tuinstra
studeerde regie aan de regie-opleiding van de Amsterdamse Theaterschool. Na haar afstuderen maakte ze een kleine voorstelling op locatie voor Over het IJ Festival en werkte ze met Disco Pigs van Enda Walsh en jongeren uit Buikslotermeer in Theater Frascati. Ook maakte ze een muziektheatervoorstelling in het Veemtheater op het Grachtenfestival. Hilde wil haar onderzoekstraject op het Buikslotermeerplein verder ontwikkelen naar een voorstelling op Over het IJ Festival 2016.

Bert Hana is regisseur en acteur. De projecten van Hana zijn door het veelvuldig gebruik van projectie erg visueel van aard. Hij maakte in 2013 de live documentaire #Alleman en met zijn dia-performance Papadag won hij in 2009 de Dioraphte Amsterdam Fringe Awar.

Martijn Klink (1989) studeerde in 2013 af aan de Toneelacademie Maastricht. Martijn laat zich in zijn voorstellingen inspireren door maatschappelijke thema’s, conflicten en dilemma’s die hij graag tot op het bot ontleed om er begrip voor te kunnen krijgen, om er in zijn voorstellingen op te kunnen reageren en reflecteren.
Met zijn theatergroep ‘De Mannen van Hans’ leidt dit vaak tot tragikomische voorstellingen. Met deze groep maakte Martijn inmiddels al vier voorstellingen waaronder recent ‘De Grote W’ (tekst Rob De Graaf) en ‘Sterfscènes’.
Daarnaast regisseerde Martijn al eerder bij Over het IJ in het Zeecontainerprogramma (de voorstelling TREK), maakte hij een opera bij Radio Kootwijk, geeft theaterlessen en maakt nu een ‘theatergame’ samen met Sytze Schalk bij Theater aan het Spui.

Sara van Gennip (1987) schrijft teksten om naar te kijken en naar te luisteren. Heel soms mag je ze lezen. Vaak zijn het verhalen waarin mensen discussiëren, liefhebben en geloven tegen beter weten in. Af en toe wordt er heel symbolisch een biggetje in geslacht. Sara studeerde in 2012 af aan de (drama)schrijfopleiding van de HKU en filosofeerde daarna verder aan de UvT. Haar columns verschenen in regionale kranten en haar kindergedichten in de Poëziespektakels van Uitgeverij Querido. Theater schrijft Sara o.a. voor Theater Bellevue, Over het IJ, Festival Boulevard, de Tekstsmederij en haar eigen schrijfbedrijf Theatopia. In 2015 werd Sara genomineerd voor de Dioraphte Cementprijs, de VPRO Bagagedrager, de Lowlands Schrijfwedstrijd en won zij de Boekenweek Schrijfwedstrijd.

Karlijn Kistemaker (1986) studeerde in 2013 af aan de Regie opleiding van de Theaterschool in Amsterdam. Ze won de Top Naeff prijs 2013, een aanmoediging voor veelbelovend talent. Karlijn´s werk is contrasterend, grappig en persoonlijk. Met haar analytische blik, bizarre humor en inlevingsvermogen maakt ze herkenbaar theater dat de zwaarte verzacht van het leven dat nooit gaat zoals wij dat willen. Karlijn werkt vanuit klassieke toneelstukken en eigen geschreven (autobiografische) teksten die ze soms zelf speelt. In 2014 maakte ze deel uit van Atelier Oerol Over het IJ en werkte o.a. samen met Theater Sonnevanck en Rimini Protokoll. Dit seizoen is Karlijn geselecteerd voor de 3Package deal en gaat zij zich storten op een eigenzinnige bewerking van het boek Honderd jaar eenzaamheid van Garbíel Garcia Márquez. De eerste ontwikkelingen daarvan zijn te zien tijdens het Jonge Harten Festival.

Voor meer info en blogs over de Wijkmakers door dramaturg Tess Scholten zie http://overhetij.nl/category/blog/

Met medewerking van:
Maurice Bogaert, artistieke begeleiding
Pim Luitjes, productie
Tess Scholten, blog, dramaturg

Het project Wijkmakers is mogelijk gemaakt door STICHTING DOEN