Thabi Mooi werkt als artist in residence binnen Atelier Oerol / Over het IJ Festival en onderzoekt in Amsterdam Noord en op Terschelling haar visie op locatietheater. Volg de bevindingen op de voet en lees hier via haar blog haar ervaringen.

Thabi gaat werken op bijzondere locaties, met mimers, dansers, acrobaten en live musici. Daarnaast assisteert ze Boukje Schweigman bij het grootschalige locatieproject ERF ter inspiratie voor haar onderzoek. Stap voor stap werkt ze toe naar een lange locatietheatervoorstelling die tijdens Over het IJ Festival 2016 en Oerol Festival 2016 gaat spelen.

Zij presenteert een theatrale installatie op Over het IJ Festival 2015, een voorbode op en eerste onderzoek naar haar lange voorstelling in 2016.

Dit traject is mogelijk gemaakt dankzij de Nieuwe Makers Regeling van het Fonds Podiumkunsten. Het afgelopen seizoen was zij een van de deelnemers van Atelier Oerol / Over het IJ Festival 2013/2014. Dit traject biedt haar een voortzetting hiervan in deze samenwerking tussen beide festivals.

Wie ben ik?

Ik ben Thabi Mooi en ik noem mezelf sinds de zomer van 2012 theaterregisseur. Op dat moment studeerde ik namelijk af aan de Regie Opleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Dat was een speciaal moment, niet alleen omdat ik eindelijk op eigen benen stond, maar vooral omdat ik kon terugkijken op mijn afstudeervoorstelling (Roerend stil), die ik op een bijzondere buitenlocatie aan het IJ ontwikkelde en speelde. Voor de allereerste keer in mijn prille carrière maakte ik een locatie- voorstelling met 5 mimers en 5 live muzikanten. Een droom die uitkwam, omdat al mijn liefdes- beweging, muziek en een sferische locatie samenkwamen. Sinds Roerend stil had ik het licht gezien. Dit wilde ik doen, voor de rest van mijn leven! Stoutmoedig antwoordde ik in een interview voor de TM (destijds nog de Theatermaker geheten) dat het geweldig zou zijn als ik in de toekomst een voorstelling voor het Oerol festival zou kunnen maken.

Atelier Oerol en Over het IJ Festival

En het jaar daarop was het ineens zover. Ik mocht op gesprek in het kantoortje van Over het IJ, omdat de twee festivals fuseerden en samen deelnemers zochten voor een 1- jarig ontwikkelingstraject (Atelier Oerol en Over het IJ). Enthousiast vertelde ik over mijn afstudeer-ervaring en mijn enorme passie voor locatietheater. Hetgeen doorslaggevend bleek. Het atelier was verrijkend, niet alleen vanwege de inspiratoren en begeleiding, maar vooral door het werken op twee totaal verschillende locaties (de stedelijke NDSM- werf en het natuurlijke Terschelling). Dit smaakte wederom naar meer. En gelukkig waren de beide festivals het met me eens.

Nóg meer verdieping

Afgelopen jaar diende ik samen met Oerol Festival en Over het IJ Festival met succes een plan in bij het FPK (Fonds voor Podiumkunsten) voor een 2- jarig onderzoek naar locatietheater. In het komende jaar zal ik de drie elementen in mijn werk- locatie, beweging en live muziek- uitdiepen, verbreden en uiteindelijk met elkaar verbinden. Zo ga ik voor het eerst werken met een luchtacrobate, om naast de breedte en lengte, ook de hoogte van een locatie te kunnen bespelen. Stap voor stap werk ik toe naar een lange locatie -voorstelling in 2016, die op beide festivals gaat spelen. Tegelijkertijd word ik ook op zakelijk vlak begeleid, zodat ik aan het einde van mijn traject onder de vlag van mijn stichting de wereld in kan trekken.

Leermeester

Maar naast zelf creëren, ga ik ook in de leer bij een leermeester(es). Dit voorjaar ben ik namelijk volop betrokken bij de ontwikkeling van de locatie- voorstelling ERF van het gezelschap Schweigman&, die op Oerol Festival in première gaat. Het was mijn grote wens om Boukje Schweigman te assisteren, omdat ik me met haar beeldende werk verwant voel en het gevoel heb dat ik op artistiek en professioneel gebied veel van haar kan leren. Daarnaast heeft het thema van ERF veel raakvlakken met mijn nieuwe voorstelling.

Inspiratie

Ik maak beeldende locatievoorstellingen, met beweging en muziek, waarin het publiek betrokken wordt. Vaak worden de toeschouwers op subtiele wijze onderdeel van de vertelling, waardoor een vreemde vermenging ontstaat, tussen theater en werkelijkheid. Soms wordt mijn stijl ook wel filmisch genoemd, omdat ik de blik van de toeschouwer op locatie stuur, met muziek en een gestileerde mise- en-scene. In mijn werk laat ik me inspireren door (beeldende) kunstenaars, zoals de schilder Edward Hopper, de beeldende kunstenaar Paolo Ventura, de fotograaf Philip-Lorca di Corcia. Ook de beelden en teksten van Samual Beckett vormen een belangrijke inspiratiebron. Zij schilderen de mens af als een solitair figuur in een anonieme verlaten wereld. Gesitueerd in onpersoonlijke ruimtes zoals lege stations, wijde vlaktes lijkt de mens bijzonder kwetsbaar en verweesd. De suggestieve, sferische beelden van deze kunstenaars inspireren mij in het creëren van (woordeloze) verhalen rondom deze beelden. Om te bedenken hoe iemand daar terechtkomt en op welke wijze hij of zij zal vertrekken.

Daarnaast is het werk van choreografe Pina Bausch een belangrijke inspiratiebron, die zich op de rand van theater en dans begeeft. Ongeveer alle menselijke verlangens en emoties, van het diepste geluk tot aan de meest tragische pijn maakt zij zichtbaar en voelbaar. Met haar diverse bewegingstaal, uitgeklede decors en muziek weet zij hypnotiserende momenten te creëren, die humoristisch, poëtisch, pijnlijk en tegelijkertijd van grote schoonheid zijn.

Dansfilm

Op dit moment ben ik druk bezig met filmopnames, omdat ik mijn eerste ideeën dit festivalseizoen ga presenteren in een korte dansfilm. In mijn onderzoek en uiteindelijke voorstelling draait het om de magische ontmoeting tussen twee werelden, van leven en dood. Het gaat over het betreden van een onbekende wereld, afscheid nemen, maar ook over familieleden die de herinnering aan hun dierbaren leven in blazen. Met beweging en dans, bijzondere locaties en muziek probeer ik samen met mijn spelers dat bijzonder intieme gebied van sterven, rouw en levenslust te verbeelden.