De gezichten van Over het IJ Festival

TG Siblings, Zeecontainermakers – 3 juli 2015

Misschien heb jij gisteren wel seks gehad in de douche. Er is een kans dat jij nu een blauw shirt aan hebt, met een bruine broek. Je hebt misschien net een kop koffie gedaan met je buurvrouw, voordat je boodschappen ging doen in de supermarkt om de hoek. Hoe heet jij? Wij zijn Freek en Petra, en doen onderzoek naar wie jij bent.

We delen de stad met elkaar en het is tijd dat we elkaar eens leren kennen, misschien met een biertje in onze hand. In onze zeecontainer doen wij dat onderzoek de komende tien dagen, met steeds meer mensen op het terrein, maar ook met steeds meer mensen in de stad.

Gisteren, op 2 juli, was de opening van het festival. Wij hebben vijf keer kunnen spelen, ondanks het zware onweer. Dat zijn vijf groepen mensen met wie wij in gesprek mochten gaan. Onze onderzoeksruimte is de zeecontainer waar Hoe Heet Je opstaat, en ze is veranderd in een groot leeg vel papier. Als je binnenstapt, denk je misschien dat de muren wel heel wit zijn zo. Dat papier is er om vast te leggen wat wordt gevraagd, gedaan en uitgesproken. De afgelopen weken hebben we hard gewerkt aan het bevestigen van het papier, maar ook aan het kiezen van de juiste vragen.

Op dit moment zijn de eerste resultaten binnen. We hebben twee mannen gesproken die Kees heten. Anne en Eva hadden allebei een ijsje, waarvan één in een hoorntje zat en de ander op een stokje. Martijn was er, maar hij was niet Martijn, de eerste liefde. We hebben veel Amsterdammers gesproken, en veel roodgelakte teennagels gezien. Er waren acht rugzakken, maar weinig gezichten met sproetjes. Er is twee keer gezoend. De laatste keren seks waren allemaal in bed. Lenne had vrij uitgebreid gegeten, en dat was zelfs alleen het voorgerecht.

Wij blijven nog tien dagen lang op dit festival (we spelen alleen 10 juli niet) en zullen aan het eind van het onderzoek de resultaten presenteren. We gooien de deuren open en nodigen je uit om terug te komen, of juist voor het eerst naar binnen te gaan en ons te vragen wat we in hemelsnaam gedaan hebben. En Giedo, doen we dat biertje dat je ons belooft hebt dan?

Met een festivalbandje kun je deze zeecontainer bezoeken!

Iedere wijk zijn eigen stijl

Blog 2: Tess Scholten, Dramaturg De Lokale Stad – 2 juli 2015

Als je een museum bezoekt of naar de film of het theater gaat, ben je getuige van het eindresultaat van een lang, creatief proces van de kunstenaar. Het werk moet voor zich spreken; naar het proces dat eraan vooraf is gegaan kan de toeschouwer alleen maar raden. Terwijl de gemiddelde bezoeker nu juist zo nieuwsgierig naar dat proces is, omdat het een verdiepende laag aan een werk toevoegt.

Er zijn ontelbaar veel voorbeelden van kunstenaars met een bijzondere werkwijze. Zo liet Ed Harris ter voorbereiding op zijn rol als Jackson Pollock een schilderstudio in zijn eigen huis bouwen en leerde hij zichzelf daar de dripping-techniek van Pollock aan, terwijl hij aan de lopende band Camels rookte. De schilder Gerard Dou zette zijn materiaal altijd met grote precisie neer om vervolgens doodstil achter zijn ezel te gaan zitten wachten tot al het stof neergedaald was. Salvador Dalí viel graag voor zijn doek in slaap met een voorwerp in zijn hand, zodat hij wakker schrok als dat voorwerp uit zijn hand gleed en hij direct zijn dromen op het doek kon zetten. En men zegt dat Woody Allen het liefst uren onder de douche staat om inspiratie op te doen.

Tijdens de gesprekken met de Wijkmakers wordt al snel duidelijk dat ook zij elk een compleet verschillende manier van werken hebben. Lang niet zo excentriek als Dalí of Woody Allen, maar toch heel eigen. De één stort zich vol overgave op de buurt en stelt zich zonder reserves voor als maker die op zoek is naar een onderwerp. De ander stelt zich terughoudender op, wil zo lang mogelijk onontdekt blijven, observeert en gaat het contact met buurtbewoners nog even uit de weg, zodat het poëtische beeld van de omgeving niet doorbroken wordt. Bij weer een ander hoor ik de hersens bijna kraken als het gaat over de vraag wat de verantwoordelijkheid is van een kunstenaar die zich verdiept in een buurt. Mag een kunstenaar zich die plek zomaar toe-eigenen en wat gebeurt er als je daar publiek bijhaalt? Help je de buurt daar nog wel mee of wordt het dan een vorm van voyeurisme?

De fietstocht tijdens Over het IJ Festival leidt door vier verschillende buurten in Noord waar grote veranderingen gaande zijn. Zowel nieuwelingen als doorgewinterde Noorderlingen krijgen door de verhalen van de Wijkmakers de kans om dit deel van Amsterdam met nieuwe ogen te bekijken.

Voor informatie over de tours en tickets, ga je naar De Lokale Stad.

Hitteplan voor zaterdag 4 juli

In verband met de voorspelde hitte start het programma op zaterdag 4 juli later in de middag. Vandaag is het festival vanaf 16.00 uur geopend (i.p.v. 13.00). Check het dagschema voor de juiste (nieuwe) aanvangstijden van de diverse voorstellingen. Je bent door ons op de hoogte gebracht van de wijziging indien je in het bezit bent van een kaartje voor de betreffende voorstellingen.

Voor aankomende zaterdag hebben wij de volgende maatregelen getroffen om het jou iets behaaglijker te maken tijdens het festival met deze hitte:

  • Zaterdag 4 juli is er tussen 13.00 – 16.00 uur een aangepast programma vanwege de hitte. Houd onze website in de gaten voor programmawijzigingen op deze dag.
  • Op de buiten theaterlocaties is zonnebrand aanwezig en in sommige gevallen geen theaterkijker maar een zonnebril :)
  • Waterflesjes zijn tegen een gereduceerde prijs te koop aan de buitenbarren op de NDSM-werf.
  • Watervoorziening: bij alle buitenbarren is er de mogelijkheid om je waterflesje bij te vullen. Neem dus je eigen flesje mee! Ook op buitenlocaties zijn er mogelijkheden om water te tappen en zijn waterflesjes beschikbaar.
  • Wij zorgen voor voldoende schaduwplekken op het festivalterrein.

En er waait natuurlijk altijd een heerlijk koel briesje aan het IJ!

Dus tot zaterdag!

 

 

Herrie en de avond zijn goede vrienden

Jeek ten Velden, Theatermaker Sun City II – 1 juli 2015

Herrie, een prachtig woord, klinkt ook mooi. Een beetje als een naam, Harry, wat toch een gezellige naam is, voor gezellige mannen. Maar ook een heel breed woord. Herrie kan zijn je bovenbuurman die een gaatje aan het boren is, kan zijn de kroeg aan de overkant van de straat, ruziënde mensen, Koninginnedag, maar ook de spelende kinderen op het plein, een vrouw die met een slijptol een installatie aan het maken is en… muziek.

Mooi of lelijk, het maakt voor herrie niet uit. Het enige wat herrie is, is een geluid. Een onwelkom geluid dat de rust verstoort. Een beetje hetzelfde als Harry. In mijn beleving zijn het verassend vaak Harry’s die – weliswaar vaak onbedoeld en met de beste intenties – de rust verstoren. Herrie is de afgelopen twee weken dat wij hier zitten onze vriend en vijand geweest. Vijand in die zin dat we met onze vier subwoofers, twee tops, zes versterkers, zeven gitaren, drie basgitaren, pedal steel, piano, synths, hoorn de loods behoorlijk wat extra… kleur hebben gegeven. Iets dat ons door de andere gebruikers van de loods niet altijd in dank is afgenomen (sorry jongens…)

En ook het constante geluid van de loods zelf – die leeft, echt waar! – maakt het soms moeilijk om de kleinere momenten van de voorstelling (show, zeggen de muzikanten) te kunnen repeteren. Maar dat is locatietheater, daar gelden andere wetten. Geen zwarte doos, geen geluidsdichte ruimte waar je je eigen wereld kan creëren. Nee, je staat in de echte wereld, samen met alle andere gebruikers van die wereld. En dat is mooi.

Maar wanneer de avond valt. De loods steeds rustiger wordt. De mensen naar huis en de zon onder in het westen, dan wordt herrie opeens onze vriend. Dan wordt herrie muziek, wordt herrie prachtig gespeelde teksten, wordt herrie visuals die opeens kleur krijgen. Herrie en de avond zijn goede vrienden en wij van hen.

Nog één dag, dan is het zo ver. Dan gaat de voorstelling (show!) waar wij de afgelopen vier maanden zo hard aan gewerkt hebben in première. Als openingsvoorstelling van Over Het IJ 2015 notabene. Buitengewoon spannend. Ik kan niet wachten…

Sun City II is de openingsvoorstelling van Over het IJ Festival 2015. Koop hier je tickets!

Een zeecontainer vol zand!

Anca Siegersma, Zeecontainermaker Over het IJ Festival –  1 juli 2015

13m2 speelvloer tussen metalen wanden en een metalen plafond, 15 minuten speeltijd en een gegeven thema: de stad van Morgen. Dat zijn de restricties die artistiek leidster Simone Hogendijk ons een paar maanden geleden gaf tijdens de kennismaking voor het Zeecontainer-programma van over het IJ festival. Een uitdaging voor jonge makers die ik maar al te graag aan ging.

Tijdens het derde jaar van mijn studie Theatre and Education aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht ben ik begonnen met een onderzoek naar het vertellen van een verhaal over verschillende media om zo een bredere theatrale ervaring te krijgen. Daarin vind ik het fascinerend om het publiek niet alleen toeschouwer te laten zijn, maar ook deelnemer en mede maker van het verhaal dat ik vertellen wil. Daarin kan ik werken vanuit mijn eigen nieuwsgierigheid naar de verhalen van anderen en anderen ook besmetten met die nieuwsgierigheid en daarmee ook in contact met elkaar brengen. Mijn voorstelling ‘Oase’ gaat dan ook over de ‘stad van morgen’ in de ogen van het publiek. We gaan in gesprek met het publiek over de ideale stad die later een online vertaling krijgt. Op die manier bouwt iedere bezoeker mee aan een virtuele online stad.

Een week geleden hebben we een flinke aanhanger vol met rivierzand naar onze zeecontainer gebracht. In eerste instantie voornamelijk als metafoor van de Oase. Een Oase is een toevluchtsoord in de woestijn, een plek waar water is en planten en dieren kunnen leven en groeien. Een stad is voor mij op een andere manier ook een toevluchtsoord. Een plek waar mensen naartoe trekken voor een beter leven en persoonlijke groei, bijvoorbeeld door scholing, een betere baan of culturele activiteiten. Rivierzand  verschilt in structuur met strand-zand of zandbak-zand. Hierdoor kun je er gemakkelijker vormen mee maken.We wilden het graag gebruiken om zelf een zandsculptuur te maken als decor voor onze voorstelling. Tijdens het werken met dit zand, bleek dat juist dat bouwen een enorme aantrekkingskracht op mensen had. Iedereen die voorbij kwam had direct zin om zandkastelen te gaan bouwen en lekker in het zand te wroeten. Daarom hebben we besloten dat het bouwen met zand niet alleen een onderdeel van ons eigen creatieve proces is maar ook van dat van het publiek. Het zand is onze aanzet tot het gesprek, onze aanzet tot nadenken.

Het leuke aan het maken van deze voorstelling is dat hij eigenlijk nooit af is. De voorstelling zal zich tijdens het festival nog steeds blijven ontwikkelen. Zowel fysiek met het zand als ook in de inhoud; omdat we zo’n open gespreksvorm hebben kunnen we nog heel veel kanten op. Ik ben dus heel benieuwd wat over het IJ mij nog gaat brengen.

Alle zeecontainers zijn dit jaar te bezoeken met het Festivalbandje!

The office of lost time strijkt neer in de nieuwe IJ-hal van station Amsterdam Centraal

In samenwerking met NS realiseert Over het IJ Festival een programma op en rond station Amsterdam Centraal. Gezamenlijk willen beide partijen de Amsterdammers en de reizigers naar Amsterdam kennis laten maken met locatietheater en station Amsterdam Centraal op een unieke manier tot leven laten komen. Daarmee wordt reistijd eigen tijd.

Dit jaar strijkt The office of lost time van Olivia Reschofsky en Alice Pons neer in de nieuwe IJ-hal van het station. Het ‘kantoor’ is open op werkdagen, van 16:00 tot 20:00 uur, en biedt een onverwachts gevoel van thuis. Olivia en Alice nodigt de reiziger uit om tien minuten in de fauteuil van hun kantoor te komen zitten. Na een korte conversatie krijg je een kleine ervaring. Je kunt ook afspreken dat je later in de week terugkomt, dan maken ze iets speciaal voor jou.

Met The office of lost time maken Alice en Olivia de verloren tijd, de tussen momenten van de passanten, speciaal door ruimte te creëren voor verbeelding, fantasie en intimiteit.

Te zien van 29 juni tot en met 10 juli in de IJ-hal op station Amsterdam Centraal.

Dag Wereld, van natuur naar beton

Thabi Mooi, Ateliermaker Oerol/Over het IJ Festival – 20 juni 2015

Dag Oerol Terschelling! Daar is mijn filminstallatie ‘Dag wereld’ in premiere gegaan en heb ik de beelden voor het eerst getoond aan een breed publiek. Op de vele bijzondere gesprekken met bezoekers, intieme  ontboezemingen en gedeelde tranen. Ik voel me zo dankbaar dat ik kan doen wat ik doe (theatermaken) en door middel van beelden en muziek mensen kan verbinden en ontroeren. Soms ook verwarren of pijnlijke gevoelens laten ervaren, maar hen op wat voor wijze dan ook beroeren.

Dit kwam vooral ook door de bijzondere locatie- het bos bij het meertje van Hee op Terschelling- waar het publiek en ik elkaar ontmoetten. Hier konden mensen rustig zitten, liggen, met elkaar praten of gewoon voor zich uit staren. Een verstilde plek, waar je de dennenappels van grote hoogte hoorde neervallen. Waar mensen zich op organische wijze nestelden tegen bomen. Spontaan ontwikkelden zich op de bank gesprekken tussen mensen, die daarvoor vreemden van elkaar waren.  Klinkt als een idylle? In de afgelopen dagen was dit werkelijkheid.

Hier strandden mensen die de tijd hadden of namen, rustig 3 kwartier, soms zelfs 1,5 uur wachtten, voor zij  iets te zien kregen. Mensen die het spannend vonden dat ik hen vooraf in het ongewisse liet, zodat zij de film zo open mogelijk konden ervaren. Hun nieuwgierigheid en openheid ontroerde mij.  De associatieve beelden die ik op intuïtieve wijze verzameld en gefilmd had met mijn crew, zijn niet voor één gat te vangen. Ze openen werelden en betekenissen die op vele verschillende manieren te interpreteren zijn. Dat werd me door de verschillende nagesprekken wel duidelijk.  Droom, nachtmerrie, ebola crisis, eenzaamheid, liefde, vluchteling, loslaten, rouw, kilte, warmte en beton. Alles kwam voorbij. De meest rake uitspraak was van een oudere vrouw met rode bril: wel niet wel niet zweven tussen leven en dood.

In alle eenvoud verwoorde een vreemde dame de kern van mijn onderzoek. Op zulke momenten schoot ik vol, omdat ik ineens voelde hoe persoonlijk dit project is en ik nog volop bezig ben met het verlies van mijn  broer. Maar de gesprekken waren ook enorm troostrijk, omdat ik me ineens realiseerde hoeveel mensen hun dierbaren en persoonlijke herinneringen aan hen met zich mee dragen. En alhoewel niet iedereen te maken heeft gehad met verlies (wel veel mensen) of de dood zelf in de ogen hebben gekeken (sommigen), herkenden velen het gevoel tussen twee werelden te zweven, net zoals je soms in je slaap doet.

Woord voor woord-stap voor stap- werd mij steeds meer duidelijk waar de film, de installatie en mijn onderzoek om draaien. Het schemergebied tussen zijn en niet zijn en je daartoe te kunnen overgeven. Deze elementen ga ik de komende maanden uitdiepen en proberen om te zetten naar een theatrale ervaring. Door alle mooie gesprekken heb ik ondervonden dat er mensen openstaan voor zulke bijzondere ervaringen. Alle inspiratie- tips (boeken, films) maar ook reisadviezen (Afrika, India) neem ik mee in mijn rugzak. Stiekem sta ik al te trappelen om op avontuur te gaan, maar eerst ga ik de filminstallatie naar het NDSM-terrein in Amsterdam brengen. Daar waar de warmte van de Terschellingse natuur ontbreekt en ik op andere wijze een intieme ruimte moet zien te creëren. Een plek waarin mensen de tijd nemen, openstaan voor gesprekken en bereid zijn hun innerlijk bloot te leggen.  Ha ga d’r maar aanstaan!

Nieuwsgierig naar mijn performance? Lees dan meer over data, tijden en tickets bij Programma.

De Lokale Stad: de makers en hun wijken

Tess Scholten, Dramaturg De Lokale Stad – 22 juni 2015

Om de verbinding tussen het Festival, de stad en haar bewoners te versterken zullen vier makers zich zes maanden lang onderdompelen in vier buurten in Amsterdam Noord. In hun werk reflecteren zij op de actuele thema’s waar ze in de wijken tegenaan lopen.

Bij de ingang van de Puur Natuur Tuin in Tuindorp Oostzaan, de buurt waar Bert Hana aan het werk is, staat een bord waarop te lezen valt dat in de tuin geëxperimenteerd mag worden. Een prikkelende uitnodiging, maar Bert heeft de buurtbewoners nog niet kunnen betrappen. Misschien experimenteren ze alleen als wij er niet zijn? Het is opvallend dat mensen in deze buurt sowieso graag communiceren via bordjes. Daarop staat wat er allemaal wel en niet mag. Misschien hangt Bert binnenkort zelf wel een paar bordjes op. Maar hij broedt ook op andere manieren om contact te maken met de buurtbewoners. Zo ontmoette hij via een briefje in de supermarkt een man die op zoek was naar een walkman. De man loopt elke dag dezelfde route door buurt en luistert daarbij naar klassieke muziek. Bert liep met hem mee en leerde zo de soundtrack van zijn buurt kennen.

Karlijn Kistemaker verdiept zich in de buurt Buiksloterham. Daar is een groot, duurzaam zelfbouw-project in ontwikkeling. Dit heeft ervoor gezorgd dat er in korte tijd een geheel nieuwe groep bewoners in dit gebied is komen wonen. Tijdens een gezamenlijk bezoek aan een van de huizen die daar gebouwd worden, bleek Karlijn van alles te weten over de verschillende kavels, de mensen die op de kavels bouwen en de buurttafel die vóór een van de kavels opgericht zal worden. Ook kreeg ze tijdens een gesprek met een bewoner al een hele concrete vraag: of ze met haar werk iets kon doen aan het nieuwe, veel te hoge gebouw dat het uitzicht in de straat had verpest. Karlijn bespeurt veel idealisme in de wijk. Maar ondanks het feit dat iedereen het steeds over dezelfde begrippen heeft, vraagt Karlijn zich af of de betrokken partijen ook echt hetzelfde bedoelen.

Regisseur Martijn Klink werkt samen met schrijfster Sara van Gennip in de buurten de Bongerd en Hogeland (ook gelegen in Tuindorp Oostzaan). Tussen deze twee buurten is misschien wel de grootste tegenstelling zichtbaar. In Hogeland ligt de gemiddelde leeftijd relatief hoog en wordt een gedeelte van de huizen bewoond door mensen met een verstandelijke beperking. In de Bongerd worden ongeveer 1400 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Bewoners in deze wijk hebben het plan opgevat om de oude betonkraan, het Paard van Noord, om te toveren tot ontmoetingsplek. Is het mogelijk om de oorspronkelijke bewoners bij de nieuwe ontwikkelingen in deze wijk te betrekken? Martijn en Sara vinden het vooral van belang dat hun aanwezigheid verder reikt dan de zes maanden die ze in de wijk doorbrengen. Wat blijft er in de buurt overeind als zij na oktober verdergaan?

Hilde Tuinstra’s verblijf in de wijk Buikslotermeer is een vervolg op het onderzoek dat ze in maart deed voor FrasLab. Met jongeren uit de buurt onderzocht ze of de thema’s waar theatermakers zich mee bezighouden enig verband houden met de wereld buiten het theater. Voor Over het IJ Festival gaat ze verder met het verkennen van de buurt. Ze wil zich niet uitsluitend richten op jongeren, maar de wijk in al zijn diversiteit onder de aandacht brengen. Ze zocht contact met de wijkagent en liep mee tijdens de vaste route door de buurt. Deze wandeling wil ze nu vaker gaan maken, steeds in het gezelschap van een andere bewoner uit de wijk. Een oma, yogamoeder, politicus, ondernemer. Zo blijft ze de buurt steeds met andere ogen bekijken en hoopt ze uiteindelijk een gesprek op gang te brengen tussen de verschillende groepen.

Via deze blog doe ik de komende maanden verslag van het wijkmakersproject. Ik ga met de makers de wijken in om het proces te volgen. Ook zal ik mijn eigen uitstapjes maken om het project te contextualiseren. Tijdens het festival wordt er een gegidste fietsroute door de wijken georganiseerd. Chris Keulemans (oprichter van o.a. de Tolhuistuin) en ik nemen het publiek mee en gaan langs de route in gesprek met de makers. Zo krijgen de bezoekers alvast een inkijkje in het werkproces van de makers en de resultaten tot nu toe.

Interesse in de tour? Bekijk het hele programma van De Lokale Stad via Programma en koop daar gelijk je ticket!

OVER HET IJ FESTIVAL VERBINDT EN VERBEELDT DE STAD

Blog: Simone Hogendijk, Artistiek leider – 16 juni 2015

Vogeldorp is ooit gebouwd als een tijdelijk dorp om de havenarbeiders ruimte te bieden met hun gezinnen. Bijna 100 jaar later staat dit dorp er nog, grenzend aan de Meeuwenlaan en leunend tegen het Viegenbos in Amsterdam Noord. De bewoners zijn hier inmiddels niet meer dezelfde, maar vormen een afspiegeling van het nieuwe Amsterdam, die stad die volop in verandering is in stedenbouwkundig opzicht en in zijn bewonerssamenstelling.

Dit is de plek waar ik woon. Waar de postbode is geboren in het dorp en na even weg geweest te zijn, het niet kon laten om er weer terug te keren. Zij kent alle bewoners, als dat niet is via de enveloppen die ze bezorgd, dan wel door de praatjes die ze met iedereen maakt, waardoor ze ook weer iedereen op de hoogte weet te houden van wat er speelt in alle hoeken en gaten van dit bijzondere gebied. Ze is een verbindende schakel en een vat vol inspirerende verhalen die mijn verbeelding altijd aanzet. En wat zo fijn is; zij komt altijd weer terug, en brengt dan iets mee, een envelop en met een beetje geluk een mooi verhaal. Zelfs als ze er niet is, weet je dat ze in de buurt is en dat er verhalen broeien achter ramen en deuren en enveloppen vol dromen liggen te wachten in een postzak. In Vogeldorp heeft het begrip tijdelijkheid een nieuwe vorm gevonden.

En de bewoners voelen zich er thuis, ik voel me er thuis. We wonen er alleen, maar delen iets met elkaar; behalve en misschien wel dankzij een postbode ook een bijzondere plek met bewoners wiens verhalen, zorgen en dromen worden gedeeld. Misschien is dat wel een van de redenen dat ik mezelf ook zo thuis voel op de NDSM-werf. Al is dit geen woon, maar werk gebied, de gebruikers van de werf, de kunstenaars, de ondernemers, wij als festivalorganisatie, hebben ons gevestigd als tijdelijke gebruikers, maar wat we hier denk ik met elkaar delen is dat ook wij niet zomaar even willen langskomen.

We doen er met elkaar alles aan om van deze plek een duurzame plek te maken die een bijzondere functie heeft binnen de stad. Daarom werkt Over het IJ Festival vanaf nu meer dan ooit samen met verschillende partijen op de NDSM-werf. Toen het festival hier 23 jaar geleden begon waren er behalve kunstenaars nog geen, of weinig ondernemers en horeca en maakte het festival ieder jaar zijn eigen festivalhart. Inmiddels is de werf volop in verandering en voelt het niet goed om hier vanaf buiten iets aan toe te voegen, als iets wat even langskomt en daarmee alle kracht en expertise die er al is te negeren in plaats van te betrekken. Dat is namelijk precies wat we binnen het programma ook niet willen, – wij gaan graag duurzame relaties aan met de stad en zijn bewoners.

Daarom zijn wij samen met allerlei vertegenwoordigers van de werf het festivalterrein gaan ontwerpen. Hieruit ontstond behalve een bijzondere samenwerking ook een stevige festivalstad, verspreid over de hele werf, verbonden door voorstellingen  van Over het IJ Festival, en gedragen door de hele werf. Rond de al bestaande horeca plaatsen wij onze Zeecontainers van het Zeecontainerprogramma, de makers verbinden zo samen met de verschillende voorstellingen van het Nieuwe makers Programma en beeldende kunst/ theatrale installaties alle losse plekken op de werf met elkaar en bouwen samen aan een bijzondere festivalstad in de stad Amsterdam, met een sterke kern op de NDSM-werf en die zijn tentakels uitslaat langs en tot vlak over de oevers van het IJ en tot diep in Noord.

De stad is het speelterrein van Over het IJ Festival; centraal staat de context van die stad en zijn bewoners en specifiek van het stadsdeel Amsterdam-Noord en de NDSM-werf en daarbij de vraag hoe de kunstenaar zich hiertoe verhoud en er een rol in kan spelen. Over het IJ Festival voel een grote noodzaak om alle ruimte te geven aan nieuw talent voor het (verder) ontwikkelen van een visie op werken op locatie en het onderzoeken van hun rol als kunstenaar, geeft veel aandacht aan talentontwikkeling(trajecten) en stimuleert hiermee zowel het stedelijke als landelijke theater/ kunstenveld. Dit vormt de basis van het festival waaruit al veel makers zijn doorgestroomd in het reguliere programma of naar elders in het veld. Hiernaast presenteren we werk van (meer) gevestigde makers.

Over het IJ Festival daagt alle deze theatermakers en kunstenaars vanuit alle disciplines nadrukkelijk uit om in deze stedelijke omgeving te kijken waar het (in combinatie met hun werk) schuurt, brandt, of bloeit en hier met hun werk op te reageren of reflecteren. Over het IJ Festival kiest voor makers die net als wij geloven in de intrinsieke waarde hiervan binnen hun werk, waarmee ze iets veroorzaken of bewerkstelligen, en die dit niet zien als doel op zich maar als vanzelfsprekend gegeven. Hun voedingsbodem kan zowel een volksbuurt zijn, een fysiek gebouw, een terrein of een voedselbank, als de zichtbare of onzichtbare verhalen die hier leven. Het werk dat hieruit voortvloeit zoekt de interactie op met de omgeving/ locatie en is daarmee een vorm van locatietheater, kunst in de openbare ruimte, een installatie, een route, documentair of bijvoorbeeld meer sociaal artistiek geëngageerd werk.

Behalve het tonen van dit werk is er binnen het festival ook alle ruimte voor verschillende (theatrale) vormen van gesprek met de kunstenaars en de aan hun werk gerelateerde thema’s die leven in de stad, met zowel de kunstenaars zelf als de bewoners uit de stad in het programma De Stad van Morgen dat alle losse onderdelen uit het programma met elkaar verbindt.

Net als de postbode van Vogeldorp hoopt Over het IJ Festival een verbindende schakel in de stad te zijn, een matchmaker die dan geen brieven rondbrengt, maar wel bijzondere voorstellingen met net zo inspirerende verhalen die de verbeelding aanzetten zoals zij weet te doen en je met een nieuwe blik naar je (directe) omgeving laten kijken. En net als de postbode komen wij steeds weer terug, en blijven graag nog veel langer.

Simone Hogendijk

Artistiek leider

 

Festivals voorzichtig positief over investeringen Bussemaker

Reactie Verenigde Nederlandse podiumkunstenfestivals op Ruimte voor cultuur, uitgangspunten cultuurbeleid 2017-2020 Minister Bussemaker.

De Verenigde Nederlandse podiumkunstenfestivals zijn blij met de visie en voorzichtig positief over de investeringen van Minister Bussemaker in het geheel en specifiek voor festivals. De Raad adviseerde meer ruimte voor festivals – voor zowel hun rol als in budgettaire ruimte – en dit krijgt deels zijn beslag in de vandaag verschenen uitgangspuntennota van de Minister. Er blijft slechts 1 plaats voor een podiumkunstenfestival beschikbaar in de basisinfrastructuur (bis).

De podiumkunstenfestivals zijn blij met de uitgesproken waardering. Zowel de Raad voor Cultuur als de Minister zien festivals als pioniers die talentontwikkeling en coproductie kunnen realiseren en nieuwe publieksgroepen bereiken op een zowel lokaal als (inter-) nationaal niveau. De festivals zien het extra geld (2,6 miljoen over alle festivaldisciplines verdeeld) als een positieve eerste stap en opening voor gesprek. Want hoewel de Minister het actuele belang van de festivals herkent is het budget lager dan de Raad voor Cultuur adviseerde en voor de verwachtte taakvervulling ook te bescheiden. Ook blijkt nog niet eenduidig uit de brief hoe deze waardering uiteindelijk zijn beslag krijgt in de verschillende beleidsterreinen en bij de zes cultuurfondsen. De festivals zetten zich als moderne, hybride kunstinstellingen graag in om de relatie tussen publiek en kunst blijvend te versterken.

De visie van de minister sluit aan bij de oproep die de festivals in februari zelf deden in het #Festivalmanifest.

« Older posts