Op zoek naar jonge musici en theatermakers

In 2016 organiseren Over het IJ Festival en het Grachtenfestival voor de vierde keer de Muziektheaterroute, een serie van vier korte voorstellingen op vier verschillende locaties, die door een wandelroute met elkaar zijn verbonden. Na het centrum in 2013, Amsterdam Tuindorp in 2014 en de Zeeheldenbuurt in 2015, is in 2016 het KNSM-eiland aan de beurt voor de ‘Eilandvariaties’.

Samen met het Grachtenfestival zijn wij op zoek naar creatieve, gedreven en inventieve musici en theatermakers die graag discipline-overschrijdend willen werken en een grote affiniteit hebben met het werken op locatie en/of dit (verder) uit willen zoeken. Voorwaarden voor deelname zijn dat je een kunstvakopleiding volgt of niet langer dan twee jaar bent afgestudeerd en beschikbaar bent tijdens beide festivals en meedoet aan het gehele ontwikkeltraject in de voorbereidende inspiratie- en maakfase.

De ‘Eilandvaraties’ worden uitgevoerd tijdens het Over het IJ Festival (8 t/m 17 juli) en het Grachtenfestival (12 t/m 21 augustus). Let op: aanmelding vóór 1 januari 2016. 

Meer informatie over het ontwikkeltraject en aanmelding vind je hier:

Nederlands: Eilandvariaties oproep

Engels: Eilandvariaties open call

Podiumkunstenfestivals blij met waardering en meer budget 2016

Goede hoop en verwachtingen voor 2017 – 2020
Vol spanning hebben de Nederlandse podiumkunstenfestivals gisteren de stemming in de Tweede Kamer over de cultuurbegroting 2016 gevolgd. De festivals zijn erg blij dat er in 2016 substantieel meer budget komt voor de podiumkunstenfestivals in Nederland. Daarnaast zijn de podiumkunstenfestivals erg gelukkig met de waardering die zowel door coalitie- als oppositiepartijen is uitgesproken voor de sector. Uit deze waardering putten de podiumkunstenfestivals de hoop en verwachting dat ook bij het vaststellen van de cultuurbegroting voor 2017 – 2020 meer broodnodig budget beschikbaar komt. Daarbij moedigen de podiumkunstenfestivals het aan dat de Tweede Kamer voldoende tijd neemt voor het vinden van een duurzame dekking voor de periode 2017 – 2020.

Wij presenteren de nieuwe Atelier makers!

30 november 2015

Hedwig KoersBart van de Woestijne en Merel Smitt zijn geselecteerd voor het ontwikkelingstraject van het Atelier. Afgelopen week waren ze op bezoek bij Over het IJ Festival en hadden een inspirerende workshop – en kennismakingsweek met het festival en Amsterdam-Noord. Drie weken geleden waren ze al een week lang te gast bij Oerol op Terschelling.

Op beide plekken zagen ze bijzondere locaties, hadden ontmoetingen met vrijdenkers en avonturiers als Joost Conijn , Esther Kokmeijer, Arita Baaijens, Collectief Walden, oud Atelier- makers Josephine van Rheenen en Ilmer Rozendaal en eilandbewoners en Noordelingen. Onder begeleiding van beeldend kunstenaar Maurice Bogaert (artistiek coördinator en artistiek begeleider van het Atelier) en theatermaker Alexander Broeder (artistiek begeleider) gaan de makers een klein jaar onderzoek doen in het werken op locatie in zowel de context van de stad, als het eiland Terschelling  en presenteren uiteindelijk het resultaat van hun onderzoek op zowel Oerol als Over het IJ Festival in 2016.

 

Bart-van-de-Woestijne-667x1000

Bart van de Woestijne studeerde in 2014 af als performer aan de Toneelacademie Maastricht. Theater is voor hem een openbaar onderzoek, waarin hij samen met het publiek verschillende aspecten van het leven en de dood bevraagt. Het voorstellingsvermogen van het publiek staat daarbij centraal.

hedwig-koers

Hedwig Koers is afgestudeerd aan de mimeopleiding en maakt theater vanuit dat wat er is: het lichaam in beweging, de locatie en de inbreng van spelers en publiek, steeds naar aanleiding van een actueel thema. Voor het Ateliertraject is dat thema apathie. Naast haar regieprojecten volgt Hedwig een master Kunsteducatie en is ze werkzaam als actrice.

Merel-Smitt-665x1000

Merel Smitt is in 2014 afgestudeerd aan de regieopleiding van de Toneelacademie Maastricht. Zij studeerde onder andere af met haar locatievoorstelling TIM, gebaseerd op een interview met een jonge veteraan. In haar verdere werk na haar afstuderen heeft ze deze lijn voortgezet en onderzoekt ze hoe de mens zich beweegt in de huidige maatschappij. Ze opent werelden die wij niet begrijpen of waar wij aan voorbij lopen.

 

 

2,4 miljoen nu nodig zodat de podiumkunstfestivals er morgen nog zijn

20 november 2015

Moedig besluit gevraagd van Tweede Kamer

De gezamenlijke (40!) Nederlandse podiumkunstfestivals verzoeken de Tweede Kamer om 2,4 miljoen euro extra vrij te maken voor podiumkunstfestivals en om dit budget onder te brengen bij het Fonds Podiumkunsten. Daarnaast dringen de podiumkunstfestivals er bij de Tweede Kamer op aan om te kiezen voor samenhang voor de podiumkunstfestivalsector als geheel.

In de komende anderhalve week besluit de Tweede Kamer over de verdeling van de landelijke cultuurgelden voor de periode 2017 – 2020. Zowel de Raad voor Cultuur als Minister Bussemaker erkenden eerder dit jaar het grote belang en de hoge kwaliteit van de Nederlandse podiumkunstfestivals. Beide gaven daarbij tevens aan dat meer budget in de komende vier jaar broodnodig is. Nu duidelijk begint te worden wat er na vele maanden aan gesprekken, lobby en geld schuiven over blijft voor de podiumkunstfestivals (theater, dans, muziek en vele nieuwe vormen, 90% van het festivalaanbod in Nederland), dan is het collectieve resultaat teleurstellend te noemen. De gezamenlijke podiumkunstfestivals doen dan ook een dringend beroep op de Tweede Kamer om de volgende twee punten alsnog mee te nemen in de beraadslaging:

1. Maak 2,4 miljoen euro extra vrij voor podiumkunstfestivals en breng dit budget onder bij het Fonds Podiumkunsten.
Na het aannemen van de eerdere moties worden er uit de extra festivalmiddelen een drietal podiumkunstfestivals geholpen, voor de grote groep podiumkunstfestivals gebeurt er vrijwel niets, terwijl er wel een jeugdtheatergezelschap voor 5 ton uit het extra festivalgeld gefinancierd wordt. Dit leidt in de komende vier jaar tot grote problemen voor de kwaliteits-podiumkunstfestivals overal in het land. De lacune in het landelijke cultuurbeleid aangaande podiumkunstfestivals, die door de Raad voor Cultuur terecht werd benoemd, blijft bestaan en leidt onherroepelijk tot het einde van een aantal smaakmakende podiumkunstfestivals. Het nu niet kiezen voor podiumkunstfestivals laat in de komende jaren diepe sporen achter in lokale en nationale culturele infrastructuren.

2. Kies voor samenhang
De podiumkunstfestivals achten het Fonds Podiumkunsten en de Raad voor Cultuur goed in staat onderbouwde, inhoudelijke afwegingen te maken wat betreft subsidiëring van instellingen en/of het invullen van functies binnen de culturele basisinfrastructuur. Er zijn een aantal reparaties gedaan, maar verdere moties die vanuit de Tweede Kamer pleiten vóór individuele podiumkunstfestivals doorkruisen deze methodiek en werken verstorend voor de samenhang in de podiumkunstfestivalsector. Wij pleiten ervoor nu geen nieuwe individuele ondersteuningsmoties meer in te dienen. Kies voor samenhang.

De podiumkunstfestivals hopen dat de Tweede Kamer een verstandig besluit wil nemen om deze beeldbepalende, richtinggevende maar financieel ondergewaardeerde sector alsnog overeind te houden, zoals eens de bedoeling was. Het gat tussen de BIS waar 4 miljoen beschikbaar is voor 4 podiumkunstfestivals en het Fonds Podiumkunsten waar 2,1 miljoen euro te verdelen is onder een grote groep kwaliteitsfestivals op het terrein van dans, theater en muziek door heel Nederland is ook na de laatste BIS-reparaties nog veel te groot. De door de minister, de raad van cultuur en de kamer gewenste makelaars functie van festivals tussen innovatief kwaliteitsaanbod en publiek kan alleen vervuld worden als er nu gekozen wordt voor de podiumkunstfestivalsector als geheel, en dus door 2,4 miljoen euro extra toe te voegen aan het Fonds Podiumkunsten.


Wat voorafging

2013: Van de 6 podiumkunstfestivalplekken in de BIS blijft er 1 over met €3,2 miljoen euro, de overige worden – zonder meenemen van budget- doorverwezen naar het FPK waar het aantal aanvragers oploopt en het gelijk gebleven budget van 2,1 miljoen met een maximaal plafond van €250.000 per festival wordt verdeeld. Het resultaat is dat in 2013 van de 30 structureel landelijke ondersteunde podiumkunstfestivals 18 podiumkunstfestivals hun gehele landelijke subsidie verliezen, de 12 resterende podiumkunstfestivals krijgen kortingen tot 70% op hun subsidiebudget te verwerken. Het werkt door in het hele bestel; voor kleinere of nieuwe podiumkunstfestivals wordt de ruimte zeer beperkt. Anno 2015 staat veel podiumkunstfestivals het water aan de lippen. Financiële ruimte is dringend noodzakelijk.

Februari 2015: De Verenigde Podiumkunstfestivals sturen een manifest aan Minister Bussemaker, Raad voor Cultuur en Fonds Podiumkunsten. In dit manifest wordt onder meer gevraagd om erkenning van de unieke functie van podiumkunstfestivals en een betere honorering. Zowel de Raad voor Cultuur als Minister Bussemaker steunen de oproep van de podiumkunstfestivals. Hiermee wordt de vraag om erkenning van de positie van de podiumkunstfestivals positief beantwoord.

April 2015: De Raad voor Cultuur roept de minister op de podiumkunstfestivals beter te verankeren in het rijks- en lokale cultuurbeleid en meent dat een extra financiële impuls noodzakelijk is. Zij stelt voor bij de verdeling van subsidies bij de fondsen meer ruimte te geven aan podiumkunstfestivals en instellingen die experimenteren met nieuwe vormen van presentatie ten behoeve van publieksbereik.

Juni 2015: Minister Bussemaker stelt in haar uitgangspuntennotitie – in navolging van de Raad voor Cultuur – dat podiumkunstfestivals van belang zijn voor talentontwikkeling en de ontwikkeling van nieuwe publieksgroepen op zowel lokaal als (inter)nationaal niveau. Zij stelt voor podiumkunstfestivals in alle disciplines via de cultuurfondsen € 2,6 miljoen extra beschikbaar.

November 2015: Na verdeling over de verschillende fondsen en de uitwerking van de moties die de Tweede Kamer op 27 oktober 2015 aannam, is duidelijk dat slechts € 180.000 resteert als impuls voor de grote groep podiumkunstfestivals via het Fonds Podiumkunsten (FPK). Er is geschoven met geld, er zijn een paar individuele podiumkunstfestivals geholpen en het meest vreemde: er is een jeugdtheatergezelschap bekostigd uit festivalgeld. De werkelijke nood is niet gelenigd.

Voor alle helderheid willen we benadrukken dat de podiumkunstfestivals niet alleen een zeer groot bereik hebben, maar ook de volle breedte van de podiumkunsten vertegenwoordigen. Van opera en muziektheater tot moderne dans en oude muziek, van jazz en pop, circus en jeugdtheater tot locatievoorstellingen, van toneel en klassieke muziek tot experimentele technologie en alles daartussenin. De podiumkunstfestivals zijn gevestigd in heel Nederland en trekken een breed publiek uit alle landsdelen en van ver daarbuiten.

Ook wijzen we er graag op dat de omzet van de podiumkunstfestivals, hun spin off en hun impact op de lokale leefomgeving én op de lokale economie vele malen groter is dan de financiering vanuit de rijksoverheid. Let wel: 90% van de festivals in Nederland zijn podiumkunstfestivals. Onze hoop en verwachting was dat de extra middelen voor podiumkunstfestivals daar ook besteed zouden worden, zeker gezien de extreem harde bezuinigingen in 2013 op de podiumkunstfestivals van BIS tot FPK.

Begin november 2015 deden wij de volgende oproep:
Dit gezegd hebbend, resteert de feitelijke constatering dat waar € 2.600.000 nodig is, € 180.000 volstrekt onvoldoende is om ook maar iets extra te kunnen doen. De podiumkunstfestivals vrezen, na alle waardering en inzet vanuit alle geledingen, voor het overgrote deel alsnog met lege handen te staan. Het belang dat artistiek, maatschappelijk en ook in publieksbereik, talentontwikkeling en innovatie aan de podiumkunstfestivals wordt toegekend, wordt niet zichtbaar in de huidige besluitencijfers. Het thans resterende bedrag zorgt niet voor versterking of artistieke groei van de podiumkunstfestivals. Vele podiumkunstfestivals blijven hangen aan het draadje waaraan ze al sinds 2013 hangen.

Wij vragen u daarom met klem om de daad bij het woord te voegen en verzoeken de Tweede Kamer als volgt:

– Naast de huidige reparaties in de BIS een extra bedrag van € 2,4 miljoen euro vrij te maken en dit toe te voegen aan het budget van het Fonds Podiumkunsten ten behoeve van de podiumkunstfestivals.

We hopen op uw welwillend oor voor onze noodkreet.
Verenigde Nederlandse Podiumkunstfestivals:

Theaterfestival Boulevard
Noorderzon
Nederlands Theaterfestival
Nederlandse Dansdagen
Grachtenfestival Amsterdam
November Music
Spring
Julidans
Eurosonic Noorderslag
Circo Circolo
Holland Festival
Incubate
Internationaal buitentheaterfestival
Deventer op stelten
ITs festival
Jonge Harten
Motel Mozaïque
Operadagen Rotterdam
Over het IJ Festival
Reuring
Zeeland Nazomerfestival
Gaudeamus Muziekweek
Oerol
Festival Cement
Festival Oude Muziek
Parade
Karavaan
Festival Oranjewoud
Holland Dance
Le Guess Who
Tweetakt
Amsterdams Kleinkunstfestival
Cultura Nova
Dancing on the Edge
Music Meeting
Strp Festival
Into the great wide open
Tromp
Musica Sacra Maastricht

Podiumkunstfestivals doen dringend verzoek

STEL EXTRA GELDEN WERKELIJK TER BESCHIKKING AAN DE FESTIVALS

Nu het kruit is opgetrokken na de moties bij laatste begrotingsbesprekingen, constateren de Verenigde Podiumkunstenfestivals Nederland dat er van de benodigde € 2,6 miljoen aan extra middelen voor festivals niet meer dan €180.000 resteert voor een belangrijke groep theater-, dans- en muziekfestivals. Deze festivals, zo belangrijk in het samenbrengen van vraag en aanbod, doen een ultieme oproep aan de Tweede Kamer om alsnog €2,4 miljoen extra beschikbaar te stellen aan het Fonds Podiumkunsten ten behoeve van de podiumkunstfestivals.

Wat voorafging 2013:

Van de 30 structureel landelijke ondersteunde podiumkunstenfestivals in 2013 verloren 18 festivals hun gehele landelijke subsidie, de 12 resterende festivals kregen kortingen tot 70% op hun subsidiebudget te verwerken. Voor kleinere of nieuwe festivals werd de ruimte zeer beperkt. Veel festivals staat het water aan de lippen. Financiële ruimte is dringend noodzakelijk.

Februari 2015: De Verenigde Podiumkunstfestivals sturen een manifest aan Minister Bussemaker, Raad voor Cultuur en Fonds Podiumkunsten. In dit manifest werd onder meer gevraagd om erkenning van de unieke functie van festivals en een betere honorering. Zowel de Raad voor Cultuur als Minister Bussemaker steunden de oproep van de podiumkunstfestivals. Hiermee werd de vraag om erkenning van de positie van de festivals positief beantwoord.

April 2015: De Raad voor Cultuur roept de minister op de festivals beter te verankeren in het rijks- en lokale cultuurbeleid en meent dat een extra financiële impuls noodzakelijk is. Zij stelt voor bij de verdeling van subsidies bij de fondsen meer ruimte te geven aan festivals en instellingen die experimenteren met nieuwe vormen van presentatie ten behoeve van publieksbereik.

Juni 2015: Minister Bussemaker stelt in haar uitgangspuntennotitie – in navolging van de Raad voor Cultuur – dat festivals van belang zijn voor talentontwikkeling en de ontwikkeling van nieuwe publieksgroepen op zowel lokaal als (inter)nationaal niveau. Zij stelt voor festivals in alle disciplines via de cultuurfondsen € 2,6 miljoen extra beschikbaar.

November 2015: Na verdeling over de verschillende fondsen en de uitwerking van de moties die de Tweede Kamer op 27 oktober 2015 aannam, is duidelijk dat slechts € 180.000 resteert als impuls voor de grote groep podiumkunstfestivals via het Fonds Podiumkunsten. Er is geschoven met geld, er zijn een paar individuele festivals geholpen en allervreemdst: er is een jeugdtheatergezelschap bekostigd uit het geld dat was bedoeld voor de podiumkunstfestivals. De werkelijke nood is niet gelenigd.

Voor alle helderheid willen we benadrukken dat de podiumkunstenfestivals niet alleen een zeer groot bereik hebben, maar ook de volle breedte van de podiumkunsten vertegenwoordigen. Van opera en muziektheater tot moderne dans en oude muziek, van jazz en pop, circus en jeugdtheater tot locatievoorstellingen, van toneel en klassieke muziek tot experimentele technologie en alles daartussenin. De festivals zijn gevestigd in heel Nederland en trekken publiek uit alle landsdelen en van ver daarbuiten. Ook wijzen we er graag op dat de omzet van de festivals, hun spin off en hun impact op de locale leefomgeving én op de locale economie vele malen groter is dan de financiering vanuit de rijksoverheid. Let wel: 90% van de festivals in Nederland bestaat uit podiumkunstenfestivals. Onze hoop en verwachting was dat de extra middelen voor festivals daar ook besteed zouden worden, zeker gezien de extreem harde bezuinigingen in 2013 op de podiumkunstenfestivals, van Bis tot FPK.

Ultieme oproep
Dit gezegd hebbend resteert de feitelijke constatering dat waar € 2,6 miljoen nodig is, € 180.000 volstrekt onvoldoende is om ook maar iets extra te kunnen doen. De Podiumkunstenfestivals vrezen, na alle waardering en inzet vanuit diverse kamerfracties, voor het overgrote deel alsnog met lege handen te staan. Het belang dat artistiek, maatschappelijk en ook in publieksbereik, talentontwikkeling en innovatie aan de podiumkunstenfestivals wordt toegekend, wordt niet zichtbaar in de huidige besluitencijfers. Het thans resterende bedrag zorgt niet voor versterking of artistieke groei van de festivals. Vele festivals blijven hangen aan het draadje waaraan ze al sinds 2013 hangen.

Wij vragen u daarom met klem om de daad bij het woord te voegen en verzoeken de Tweede Kamer als volgt:

– Naast de huidige reparaties in de Bis een bedrag van € 2,4 miljoen euro vrij te maken en dit toe te voegen aan het budget van het Fonds Podiumkunsten ten behoeve van de festivals.

We hopen op uw welwillend oor voor onze noodkreet.

Podiumkunstfestivals zetten lobby voort

De Verenigde Nederlandse Podiumkunstfestivals: “Lobby nog niet ten einde”

Afgelopen dinsdag, 27 okt, is in de Tweede Kamer een aantal moties ter stemming gebracht, over het budget (2,6 miljoen) dat de minister heeft vrijgemaakt ter versterking van de positie van Nederlandse festivals.

De Nederlandse Podiumkunst Festivals hebben sinds begin dit jaar actief gelobbyd voor beleidsaandacht en bijbehorend budget voor de soms penibele situatie van Nederlandse podiumkunsten festivals. Er is veel te weinig ruimte zowel in de BIS als bij het Fonds Podiumkunsten. De minister oormerkte 2,6 miljoen extra budget voor festivals om wat lucht te kunnen geven.

Wij juichen het toe dat een aantal van onze festivals de extra ondersteuning krijgt dat deze festivals verdienen en kamerleden blijven streven naar extra ondersteuning van de podiumkunst festivals. De lobby van deze festivals heeft zich er dan ook op geconcentreerd dit geoormerkte budget integraal over te hevelen naar podiumkunst festivals, met extra nadruk op het festivalbudget van het Fonds Podiumkunsten voor de periode 2017-2020. De Nederlandse Podiumkunst Festivals betreuren echter sterk dat het geoormerkte en broodnodige festivalbudget, na de inbreng van de tweetal moties, versnipperd dreigt te raken en ten dele ingezet gaat worden voor andere reparaties, zoals een jeugdtheatergezelschap. Daarnaast ligt onhelderheid in keuze voor festivals, in plaats van visie, op de loer.

De festivals zetten de lobby voort om de zeer ontoereikende middelen voor podiumkunst festivals te vergroten. Wij doen hierbij een dringend beroep op de minister om het overgebleven deel van het extra budget over te hevelen naar het Fonds Podiumkunsten, zodat deze zijn rol ten opzichte van festivals beter kan vervullen. De festivals geloven in de rol van het Fonds Podiumkunsten en dat dit fonds de expertise in huis heeft om tot goede afgewogen oordelen te komen in het belang van een vitaal podiumkunst landschap. Samen zijn de festivals immers van grote betekenis. Met hun discipline brede aanpak, waarbij zowel dans, theater, muziektheater en muziek en alle aanpalende disciplines de ruimte krijgen, nemen ze een belangrijke plek in in het podiumkunstenbestel, werken ze aan ontwikkeling van makers, (co)produceren en presenteren ze nieuw werk en zorgen voor een omvangrijk publieksbereik.

De Nederlandse Podiumkunst Festivals

De rol van de kunstenaar in Amsterdam-Noord

Slotblog Wijkmaken door Tess Scholten, dramaturg De Lokale Stad, 21 oktober 2015:

De rol van de kunstenaar (in Amsterdam-Noord)
– een beschouwing op zes maanden Wijkmaken

De Wijkmakers (Martijn Klink & Sara van Gennip, Karlijn Kistemaker, Bert Hana en Hilde Tuinstra) zijn nu zes maanden aan het werk in hun wijken in Amsterdam-Noord. Ik volgde hen gedurende die periode in hun proces en schreef daar regelmatig een blog over. Aankomend weekend (24 en 25 oktober) tonen zij hun eindresultaten in twee fietsroutes tijdens 24H Noord.

Ondanks het feit dat het traject bijna afgelopen is, blijkt er één vraag nog altijd even prominent aanwezig als aan het begin van deze zes maanden: wat is de rol van de kunstenaar, of beter gezegd wat is onze rol in deze wijken? De vraag naar hun rol, en dus hun werkwijze en uiteindelijke betekenis in de buurt, is een vraag waar de Wijkmakers onvermijdelijk mee te maken en mee te worstelen kregen tijdens hun traject.

Om te proberen de rol van de kunstenaar te reduceren tot één alles omvattend zinnetje zou onbegonnen werk zijn en zou bovendien geen recht doen aan de ontelbare manieren waarop er invulling gegeven kan worden aan die rol. De rol van kunst en de kunstenaar is onlosmakelijk verbonden aan en volledig afhankelijk van de kunstenaar in kwestie. Elke maker heeft zijn eigen identiteit, zijn eigen stijl en zoekt op zijn eigen manier naar betekenis. Zo ook de vijf Wijkmakers. Al doen ze allemaal mee aan hetzelfde traject en worstelen ze met gelijksoortige vraagstukken, elk van hen geeft een geheel eigen invulling aan zijn of haar rol als kunstenaar.
Wijkmaker Karlijn Kistemaker vatte elk van hun doelen kort maar krachtig samen:
Bert wil de buurt iets geven en samen met de buurtbewoners iets maken, Hilde wil de buurt in al zijn verscheidenheid tonen, Martijn en Sara willen de twee uit elkaar gedreven gebieden in hun buurt met elkaar verbinden en Karlijn zelf wil haar buurtgenoten alleen nog maar pijn doen.

Hoewel de vraag naar de rol van kunst en de kunstenaar altijd relevant is en het belang van een werk altijd ter discussie gesteld mag worden, is het opvallend dat bij sociaal artistieke projecten (een begrip dat in 2000 zijn intrede deed en gebruikt wordt voor kunstprojecten die gestoeld zijn op een maatschappelijke betrokkenheid) de vraag naar het belang explicieter gesteld wordt.

Er zijn verschillende manieren en momenten waarop deze vraag aan bod kan komen. Simon Allemeersch, een Vlaamse theatermaker die meer dan twee jaar in de wijk Rabot in Gent gewerkt heeft en met wie de Wijkmakers onlangs een ontmoeting hadden, stelt vast dat dit een vraag is die in zijn ervaring voornamelijk na afloop van een project naar voren komt in de reacties van het publiek. Het zijn de toeschouwers die zich bijvoorbeeld afvragen of het niet zielig is voor buurtbewoners om ingezet te worden in een voorstelling. Als een acteur drie uur lang nat op het toneel moet liggen vindt de toeschouwer dat blijkbaar geen probleem, maar als een ‘echt mens’ het moet doen dan is het plotseling zielig.

Het zijn ook de toeschouwers die de vraag stellen wat het project nu eigenlijk betekent heeft voor de mensen die eraan meegedaan hebben; of ze er echt iets aan gehad hebben of liever nog: of ze er beter van geworden zijn. Volgens Simon zijn dit niet de vragen die gesteld moeten worden. De vraag creëert afstand en verraadt dat een dergelijk project wordt gezien als iets dat op zichzelf staat en waar wij als toeschouwer verder niets mee te maken hebben. De vraag van de toeschouwer ‘wat heeft dit voor hen betekent?’ zou moeten zijn: wat betekent dit voor mij?

Het feit dat deze vraag bij sociaal artistieke projecten bijna zonder uitzondering gesteld wordt en bij ‘reguliere’ voorstellingen in de zaal niet (of in elk geval minder vaak), doet vermoeden dat de kunstenaar in werk dat zich buiten het theater begeeft een andere rol toebedeeld krijgt. Alsof de kunstenaar in een sociaal artistiek project geen volledige vrijheid meer heeft, alsof er een bepaald doel bereikt moet worden. De mensen die met het project in aanraking komen, moeten er blijkbaar beter van worden. Zo wordt de kunstenaar in zekere zin verantwoordelijk voor het lot van de mensen waarmee hij in aanraking komt en verliest hij tot op zeker hoogte de mogelijkheid om op een autonome manier te werk te gaan.

Het is echter niet alleen het publiek dat het belang van sociaal artistieke projecten bevraagt en daarmee vraagtekens zet bij de rol van de kunstenaar. In de groeps en inspiratie bijeenkomsten die regelmatig plaatsvonden met de Wijkmakers is duidelijk geworden dat ook de kunstenaars zelf worstelen met hun rol. Na zes maanden werken in de wijken lijkt één vraag nog altijd de ondertoon te voeren: wat doe ik hier (in godsnaam)?

Misschien wel de belangrijkste reden dat deze vraag actueel blijft, is het feit dat projecten als deze plaatsvinden in bestaande buurten en dat de makers geconfronteerd worden met echte mensen, waarvan de meeste geen ervaring hebben met de wereld van kunst of theater. En ook al zijn de makers niet verantwoordelijk voor het lot van de buurtbewoners en ook al heeft Over het IJ Festival bewust geen expliciete opdracht meegegeven, behalve vanuit hun artistieke kracht te reageren op thema’s en vraagstukken die in hun buurten spelen (en is er dus geen specifiek bepaald doel wat bereikt moet worden), het feit blijft: je begeeft je als maker in een buurt en daar moet je iets mee. Je moet de locatie, de bewoners en de context erkennen om er een visie op te vormen. En dus is het continue balanceren tussen het autonoom uitvoeren van eigen werk en tegelijkertijd op een integere manier omgaan met de mensen waarmee de makers in aanraking komen en die wellicht een rol zullen spelen in het werk dat ze gaan maken.

Misschien is de vraag die gesteld moet worden: hoe creëer je als maker een sfeer waarin er een co-creatie kan plaatsvinden? Als de maker op voorhand al een duidelijk plan of doel heeft, verworden de buurtbewoners tot figuranten. Maar als de maker een manier kan vinden om samen te werken met buurtbewoners, als de buurtbewoners bij wijze van spreken op hetzelfde niveau komen te staan als de kunstenaar, dan is er sprake van een uitwisseling. Het is in feite het verschil tussen het poneren van een stelling of het stellen van een oprechte vraag; het verschil tussen ik kan jou gebruiken of ik heb jou nodig.

Maar zelfs als je als maker een vorm hebt gevonden waarin je de buurtbewoners wezenlijk onderdeel kunt laten zijn van het proces (wat natuurlijk veel makkelijker gezegd is dan gedaan), dan nog zal er altijd sprake blijven van mensen die daar niet op zitten te wachten. Mensen die bijvoorbeeld al te vaak in aanraking zijn gekomen met “kunstenmakers die hun plannetje komen uitvoeren om de buurt te verbeteren”. Daarnaast zijn er ook genoeg mensen die er niet eens sceptisch of onwelwillend tegenover staan, maar die vooral volkomen neutraal zijn. Mensen die hun buurt puur zien als een plek om te wonen en zich daar verder niet speciaal toe willen verhouden. Dit heeft vanzelfsprekend alle bestaansrecht maar is daarmee nog iets waar de makers zich toe moesten verhouden.

Daarnaast is het voor de kunstenaars, die allemaal voor het eerst aan een dergelijk project meedoen, niet alleen zoeken naar hun rol, maar ook naar de manier waarop ze die rol in de praktijk kunnen brengen. De één is van mening dat het niet uitmaakt wat je ook doet, als het maar voortkomt uit de goesting om vuurwerk af te steken. Met andere woorden: als je met veel enthousiasme iets doet wat iedereen gewoon tof vindt, dan dient de ethische, filosofische of maatschappelijk vraag zich vanzelf wel aan. De ander begint juist met die ethische, filosofische of maatschappelijke vraag en zoekt naar een manier om zijn eigen stem daarin door te laten klinken.

Waar Bert eerst van plan was speldenprikjes uit te delen aan de inwoners van Tuindorp Oostzaan, is hij van die gedachte teruggekomen. Naar zijn mening liep hij met die aanpak te veel het risico om de bewoners voor schut te zetten. In plaats daarvan is hij op zoek gegaan naar een manier om de creatieve gedachten van de buurtbewoners in zijn project te betrekken. Sara en Martijn zijn van het begin af aan vastbesloten geweest om de twee wijken in het aan hen toebedeelde stukje Noord met elkaar te verbinden en zetten daarvoor nu een enorm houten paard op wielen in. Hilde wilde met de camera de buurt en de bewoners vastleggen, ze vooral tonen zoals ze echt zijn en hun verbintenis met het Buikslotermeerplein laten zien. Zij heeft echter ontdekt dat soms de mooiste verhalen pas verteld worden als de camera er niet bij is. Dus is zij weer op zoek gegaan naar een theatrale manier om de verhalen die ze ontdekt heeft te verwerken. En Karlijn is in haar poging om de zelfbouwers en kavelkampeerders te voorzien van de hoognodige portie humor en relativering dusdanig in hun drama’s meegesleept dat ze zelf haar humor verloren is en ze de mensen die haar weggestemd hebben van de camping alleen nog maar pijn wil doen.

Presentaties door de Wijkmakers zelf tijdens 24H Amsterdam-Noord op 24 en 25 oktober
Wie met eigen ogen wil zien hoe de makers hier het afgelopen half jaar hun weg in hebben gevonden en wat het resultaat van hun zoektocht is, kan in het weekend van 24 oktober (tijdens 24H Noord) en 25 oktober (in een eigen programma) mee op een fietstocht langs de verschillende projecten. De resultaten zullen gepresenteerd worden in twee double bills.

Double bill 1 bestaat uit Bert Hana (Tuindorp Oostzaan) en Hilde Tuinstra (Buikslotermeer), in double bill 2 ziet je Martijn & Sara (de Bongerd en Hogeland) en Karlijn Kistemaker (Buiksloterham).

Tijdens 24H AMSTERDAM-NOORD op 24 oktober starten de double bills om 14.00 uur, einde ongeveer 16.30 uur. Op zondag 25 oktober presenteren de Wijkmakers hetzelfde programma. De double bills starten dan om 16.15 uur, einde ongeveer 18.30 uur. Je kunt per dag dus een ontmoeting krijgen met twee Wijkmakers, hun werk en hun buurten. Als je werk van alle vier de makers wilt zien, kan je beide dagen komen kijken.

Toegang is gratis voor beide dagen, maar meld je aan via pim.luitjes@overhetij.nl en vermeld welke double bill op welke dag je voorkeur heeft. Startpunt is op de NDSM-werf, buiten bij de Grote Scheepsbouwloods, voor de grote blauwe deuren.

LET OP: kom op de fiets!

Tess Scholten

Ontdek Over het IJ Festival tijdens 24H Amsterdam-Noord!

OVER HET IJ FESTIVAL PRESENTEERT OP 24 EN 25 OKTOBER TIJDENS 24H AMSTERDAM-NOORD DE LOKALE STAD  EN HAAR WIJKMAKERS

Op beide dagen kun je een ontmoeting krijgen met een viertal theatermakers, de zogenaamde ‘Wijkmakers’, in De Lokale Stad. Zij zochten het afgelopen half jaar contact met bewoners en gebruikers van een wijk in Amsterdam-Noord, brachten in kaart wat hier speelt of leeft, lieten zich hierdoor inspireren, uitdagen, verwonderen en soms boosmaken en reflecteerden of reageerden hier op met hun werk. Ieder met hun eigen vorm en inhoud en vanuit hun eigen artistieke kracht van verbeelding. Zij presenteren hun werk in hun buurten. Je ziet het resultaat van een half jaar werken door deze theatermakers in Amsterdam-Noord. Als je werk van alle vier de makers wilt zien, kun je beide dagen komen kijken.

Startpunt is op de NDSM-werf, buiten voor de Grote Scheepsbouwloods, voor de grote blauwe deuren. Toegang is gratis voor beide dagen, maar meld je aan via pim.luitjes@overhetij.nl en vermeld welke double bill op welke dag je voorkeur heeft:

Zaterdag 24 oktober – beide double bills starten om 14.00 uur, einde ongeveer 16.30 uur.
Zondag 25 oktober – beide Double bills starten om 16.15 uur, einde ongeveer 18.30 uur.

LET OP: kom op de fiets! 

Double bill 1:
Op de fiets bezoek je Bert Hana in Tuindorp Oostzaan. Samen met de bewoners van Tuindorp- Oostzaan ontwikkelende hij het plan om een romantisch drama te verfilmen.
Vervolgens bezoek je Hilde Tuinstra in Buikslotermeer. Het Buikslotermeerplein geldt als het lelijkste plein van Amsterdam en tegelijkertijd als glorieuze (Noord-Zuid) poort naar de toekomst. Hilde onderzoekt hier hoe de mensen die hier leven en werken een ‘thuis’ creëren en wat hun visie op de toekomst is.

Double bill 2:
Of je kiest voor het duo Martijn Klink en Sarah van Gennip die werkten in Tuindorp Oostzaan met de focus op de wijken De Bongerd en Hogeland. Sara en Martijn klommen op de rug van een houten paard en bezochten kinderboerderij en cementkraan, zorginstelling en nieuwbouw, om te ontdekken dat wonen een werkwoord is.  Vervolgens ga je op weg naar Kavel Kamp Noord van Karlijn Kistemaker, die werkte in de Buiksloterham. Karlijn liet zich meeslepen door humorloze zelfbouwers die 1,5 maand op de kavelcamping stonden om zo hun droomkavel te kunnen bemachtigen.


ACHTERGROND TRAJECT DE LOKALE STAD – WIJKMAKERS

Over het IJ Festival verbindt zich met de omgeving, met de buurten van Amsterdam-Noord en met de onderwerpen die daar leven. Het festival heeft van mei t/m oktober 2015 een viertal nieuwe theatermakers gekoppeld aan een wijk in Amsterdam-Noord waar thema’s leven die vragen om een andere aanpak, blik, of verandering. De zogenaamde ‘Wijkmakers’ zochten contact met bewoners en gebruikers van hun wijk, brachten in kaart wat hier speelt of leeft, lieten zich hierdoor inspireren, uitdagen, verwonderen en soms boosmaken en reflecteerden of reageerden hier op met hun werk. Ieder met hun eigen vorm en inhoud en vanuit hun eigen artistieke kracht van verbeelding.

Met dit traject wil Over het IJ Festival focus geven aan een belangrijke rol die de kunstenaar binnen de stad kan hebben aangaande invloed binnen de gemeenschap en op stedelijke ontwikkelingen. Juist in de stedelijke omgeving met zijn veelheid aan levensvormen, culturen en verhalen is het ook van belang te onderzoeken wat ons bindt. Wat maakt ons tot een gemeenschap en op welke manier? Kan kunst een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van nieuwe vormen van gemeenschappelijkheid of hier iets binnen veroorzaken? De rol van de kunstenaar en hoe ver die rijkt, of kan rijken, hoe kunstenaarschap en de kracht van verbeelding middenin de samenleving kan worden ingezet is een belangrijk en onoverkomelijk deelonderzoek van de betrokken Wijkmakers gebleken.

ACHTERGROND VAN DE WIJKMAKERS

Hilde Tuinstra
studeerde regie aan de regie-opleiding van de Amsterdamse Theaterschool. Na haar afstuderen maakte ze een kleine voorstelling op locatie voor Over het IJ Festival en werkte ze met Disco Pigs van Enda Walsh en jongeren uit Buikslotermeer in Theater Frascati. Ook maakte ze een muziektheatervoorstelling in het Veemtheater op het Grachtenfestival. Hilde wil haar onderzoekstraject op het Buikslotermeerplein verder ontwikkelen naar een voorstelling op Over het IJ Festival 2016.

Bert Hana is regisseur en acteur. De projecten van Hana zijn door het veelvuldig gebruik van projectie erg visueel van aard. Hij maakte in 2013 de live documentaire #Alleman en met zijn dia-performance Papadag won hij in 2009 de Dioraphte Amsterdam Fringe Awar.

Martijn Klink (1989) studeerde in 2013 af aan de Toneelacademie Maastricht. Martijn laat zich in zijn voorstellingen inspireren door maatschappelijke thema’s, conflicten en dilemma’s die hij graag tot op het bot ontleed om er begrip voor te kunnen krijgen, om er in zijn voorstellingen op te kunnen reageren en reflecteren.
Met zijn theatergroep ‘De Mannen van Hans’ leidt dit vaak tot tragikomische voorstellingen. Met deze groep maakte Martijn inmiddels al vier voorstellingen waaronder recent ‘De Grote W’ (tekst Rob De Graaf) en ‘Sterfscènes’.
Daarnaast regisseerde Martijn al eerder bij Over het IJ in het Zeecontainerprogramma (de voorstelling TREK), maakte hij een opera bij Radio Kootwijk, geeft theaterlessen en maakt nu een ‘theatergame’ samen met Sytze Schalk bij Theater aan het Spui.

Sara van Gennip (1987) schrijft teksten om naar te kijken en naar te luisteren. Heel soms mag je ze lezen. Vaak zijn het verhalen waarin mensen discussiëren, liefhebben en geloven tegen beter weten in. Af en toe wordt er heel symbolisch een biggetje in geslacht. Sara studeerde in 2012 af aan de (drama)schrijfopleiding van de HKU en filosofeerde daarna verder aan de UvT. Haar columns verschenen in regionale kranten en haar kindergedichten in de Poëziespektakels van Uitgeverij Querido. Theater schrijft Sara o.a. voor Theater Bellevue, Over het IJ, Festival Boulevard, de Tekstsmederij en haar eigen schrijfbedrijf Theatopia. In 2015 werd Sara genomineerd voor de Dioraphte Cementprijs, de VPRO Bagagedrager, de Lowlands Schrijfwedstrijd en won zij de Boekenweek Schrijfwedstrijd.

Karlijn Kistemaker (1986) studeerde in 2013 af aan de Regie opleiding van de Theaterschool in Amsterdam. Ze won de Top Naeff prijs 2013, een aanmoediging voor veelbelovend talent. Karlijn´s werk is contrasterend, grappig en persoonlijk. Met haar analytische blik, bizarre humor en inlevingsvermogen maakt ze herkenbaar theater dat de zwaarte verzacht van het leven dat nooit gaat zoals wij dat willen. Karlijn werkt vanuit klassieke toneelstukken en eigen geschreven (autobiografische) teksten die ze soms zelf speelt. In 2014 maakte ze deel uit van Atelier Oerol Over het IJ en werkte o.a. samen met Theater Sonnevanck en Rimini Protokoll. Dit seizoen is Karlijn geselecteerd voor de 3Package deal en gaat zij zich storten op een eigenzinnige bewerking van het boek Honderd jaar eenzaamheid van Garbíel Garcia Márquez. De eerste ontwikkelingen daarvan zijn te zien tijdens het Jonge Harten Festival.

Voor meer info en blogs over de Wijkmakers door dramaturg Tess Scholten zie http://overhetij.nl/category/blog/

Met medewerking van:
Maurice Bogaert, artistieke begeleiding
Pim Luitjes, productie
Tess Scholten, blog, dramaturg

Het project Wijkmakers is mogelijk gemaakt door STICHTING DOEN

Met spoed Amsterdammers met acteertalent gezocht!

Zou je eens willen acteren en heb je enige spelervaring? Ben je jong of juist wat ouder (van 9 tot 99 jaar)? Lijkt het je interessant om achter de schermen te kijken van een theaterproductie? En ben je tussen 5 – 8 oktober 2015 een middag beschikbaar om te repeteren in Amsterdam?

Meld je aan door een bericht te sturen naar thabimooimail@gmail.com of leonie.baars@overhetij.nl of bel naar 06-16060341.

WAAR GAAT DE VOORSTELLING OVER?
De voorstelling gaat over liefde, rouw en de kracht van familiebanden. In de locatievoorstelling maakt de toeschouwer buiten een (wandel)tocht en volg je een familie die te maken krijgt met het verlies van een dierbare. Tijdens de tocht zie je hen in hun dagelijks leven, op verschillende momenten en tijden. Stap voor stap volg je hen en maak je hun wereld van dichtbij mee.

PRAKTISCHE INFORMATIE
Tussen 5 – 8 oktober vinden er voorbereidingen plaats voor een nieuwe voorstelling van regiseusse Thabi Mooi. Mocht het klikken in deze onderzoeksfase, dan kun je mogelijk deelnemen aan de uiteindelijke voorstelling tijdens Over het IJ Festival 2016. De repetities vinden overdag plaats in Amsterdam, tussen 14 en 17 uur.
Thabi Mooi maakte tijdens Over het IJ Festival 2014 de voorstelling Alle dagen, waarin ze ook samenwerkte met Amsterdamse kinderen. (Kijk voor meer informatie over de regisseuse op de website www.thabimooi.com).

AANMELDEN
Stuur een bericht naar thabimooimail@gmail.com of leonie.baars@overhetij.nl of bel naar 06-16060341.

INFORMATIE BIJEENKOMST
Op zaterdag 3 oktober is er om 15.00 uur een korte bijeenkomst in Amsterdam, zodat we met iedereen kennis kunnen maken. Dan is er gelegenheid om een kijkje te nemen en vragen te stellen.

Ben je geïnteresseerd in locatietheater, meld je aan voor het Atelier!

OPEN CALL:

Oerol en Over het IJ Festival nodigen jonge theatermakers en kunstenaars die
zich in hun werk verhouden tot locatietheater uit om zich aan te melden voor het
ontwikkelingstraject van het Atelier.

Oerol en Over het IJ Festival maken zich al jaren hard voor de ontwikkeling en innovatie van locatietheater en nieuw talent. Het Atelier biedt de ruimte aan 3 theatermakers of kunstenaars om zich in een jaar tijd, periode november 2015 – juli 2016, te ontwikkelen binnen de bedding en begeleiding die het Atelier biedt op artistiek, productioneel en zakelijk vlak.

Het Atelier is een vrijplaats, waarbinnen ruimte wordt gemaakt om op basis van individuele behoeften van jonge makers te experimenteren en zich op theoretisch vlak en in de praktijk te ontwikkelen op het gebied van theater en kunst op locatie, in het landschap en de openbare ruimte.

We creëren binnen het Atelier de ruimte zodat de makers elkaar kunnen inspireren, confronteren en uitdagen. Het Atelier is een plek voor het uitwisselen van gedachten, ideeën en werkwijzen die kunnen leiden tot nieuwe inzichten, samenwerkingen en theatertalen. Naast de individuele trajecten, biedt het Atelier een gezamenlijk traject met daarbinnen o.a. workshops, inspiratiesessies en ontmoetingen met theatermakers en experts uit andere disciplines.

Het Atelier beoogt de kennis, ervaring, expertise en mogelijkheden van de beide festivals op het gebied van locatietheater in te zetten voor een intensief en inspirerend onderzoeks- en presentatie traject voor nieuwe makers. De context van de beide festivals, van het daar aanwezige landschap, het publiek en de (ontmoetingen met) andere makers uit het Atelier en kunstenaars uit andere programma onderdelen vormen een rijke bron hiervoor.

De deelnemers aan het Atelier worden uitgedaagd tot het ontwikkelen van hun visie op locatietheater en het formuleren van hun opvattingen over de rol van kunst in de maatschappij. Daarbij dienen de twee festivals met hun verschillende contexten als onderzoeksplatform, inspiratiebron en presentatie plek.

Het onderzoekstraject zal parallel en gelijkwaardig op de beide locaties van Oerol en Over het IJ Festival, ontwikkeld worden, zodat de deelnemers zich aan twee plekken kunnen spiegelen.Deel van het programma zal bestaan uit een aantal publieke tussentijdse presentaties op zowel Terschelling, als op de NDSM-werf gedurende het traject en tijdens de beide festivals.

Het Atelier traject wordt inhoudelijk en productioneel begeleid door de artistieke en productionele staf van de beide festivals. De invulling van het traject wordt met directe betrokkenheid met de deelnemers van het traject gemaakt.
Er is een kleine vergoeding beschikbaar voor de deelnemers voor de montage en de uitvoeringsperiode van de presentaties. Er is tevens een beperkt productiebudget beschikbaar voor het onderzoek binnen het Atelier.

VOOR WIE
We streven naar een multidisciplinaire samenstelling van deelnemers aan het Atelier, zowel theatermakers, choreografen, schrijvers, vormgevers, scenografen, dramaturgen en beeldend kunstenaars zijn daarom welkom om te reageren op deze oproep.

Bij de selectie hanteren wij de volgende criteria; we zoeken makers die:
– de urgentie voelen om zich in hun werk ook te verhouden tot locatietheater en daarbij
geïnteresseerd zijn om onderzoek hiervoor te doen in de context van beide festivals.
– kortgeleden zijn afgestudeerd aan een professionele kunstopleiding, of pas kort in de praktijk
werkzaam zijn (niet langer dan 4 jaar).
– zich verhouden tot en een open dialoog willen aangaan met de directe en indirecte omgeving van
de festivals en daarin meenemen: de locatie, de context en het publiek van de beide festivals en
van het Atelier.
– zich willen verhouden tot en verbinden aan het hele traject van het Atelier; van artistiek,
productioneel tot financieel / zakelijk. Hier maken naast de individuele trajecten, ook
uitwisselingsmomenten met de begeleiders, (samenwerken met) de andere makers,
expertmeetings, inspiratiesessies, workshops etc. deel van uit.
– die een heldere onderzoeksvraag hebben die aansluit bij de artistieke ontwikkeling van de
theatermaker of kunstenaar en bij de hiervoor genoemde punten.

Voertaal is Nederlands.

DATA
Het Atelier start in november 2015 met een workshopweek op Terschelling van 9 tot 15 november en aansluitend
3 tot 4 dagen op de NDSM werf Amsterdam Noord (24 t/m 27 november). Aanwezigheid is verplicht. Daarna zijn er maandelijkse bijeenkomsten van december t/m mei.  Van 30 mei t/m 13 juli werk je fulltime op de locaties van Terschelling en Amsterdam-Noord. Eindpresentatie van het Atelier traject van 10 tot en met 19 juni 2016 tijdens Oerol en van 14 t/m 24 juli 2016 tijdens Over Het IJ Festival (data nog onder voorbehoud).

AANMELDEN
Wil je onderdeel uitmaken van het Atelier? Schrijf dan in maximaal 2 A4 een motivatie over waarom jij mee wil doen. Neem daarin onze criteria als uitgangspunt en beschrijf duidelijk wat jouw onderzoeksvraag is. (Geen uitgewerkt projectplan, maar een onderzoeksvraag.) Verder willen we je vragen een beknopte C.V. toe te voegen.

Aanmelden voor 28 september via atelier@oerol.nl 
Uiterlijk 6 oktober hoor je of je wordt uitgenodigd voor een gesprek op 13 oktober tussen 13.00 en
17.00 of 14 oktober tussen 11.00 en 14.00 uur. Graag deze dagen vrijhouden.  Uiterlijk 20 oktober hoor je of je geselecteerd bent voor het Atelier.

Hartelijke groet, namens Oerol en Over het IJ Festival,

Maurice Bogaert (beeldend kunstenaar), artistiek coördinator/ artistiek begeleider Atelier en
artistiek begeleider Alexandra Broeder (theatermaker).

Zie ook www.oerol.nl

« Older posts