Category: Blog (page 2 of 3)

De rol van de kunstenaar in Amsterdam-Noord

Slotblog Wijkmaken door Tess Scholten, dramaturg De Lokale Stad, 21 oktober 2015:

De rol van de kunstenaar (in Amsterdam-Noord)
– een beschouwing op zes maanden Wijkmaken

De Wijkmakers (Martijn Klink & Sara van Gennip, Karlijn Kistemaker, Bert Hana en Hilde Tuinstra) zijn nu zes maanden aan het werk in hun wijken in Amsterdam-Noord. Ik volgde hen gedurende die periode in hun proces en schreef daar regelmatig een blog over. Aankomend weekend (24 en 25 oktober) tonen zij hun eindresultaten in twee fietsroutes tijdens 24H Noord.

Ondanks het feit dat het traject bijna afgelopen is, blijkt er één vraag nog altijd even prominent aanwezig als aan het begin van deze zes maanden: wat is de rol van de kunstenaar, of beter gezegd wat is onze rol in deze wijken? De vraag naar hun rol, en dus hun werkwijze en uiteindelijke betekenis in de buurt, is een vraag waar de Wijkmakers onvermijdelijk mee te maken en mee te worstelen kregen tijdens hun traject.

Om te proberen de rol van de kunstenaar te reduceren tot één alles omvattend zinnetje zou onbegonnen werk zijn en zou bovendien geen recht doen aan de ontelbare manieren waarop er invulling gegeven kan worden aan die rol. De rol van kunst en de kunstenaar is onlosmakelijk verbonden aan en volledig afhankelijk van de kunstenaar in kwestie. Elke maker heeft zijn eigen identiteit, zijn eigen stijl en zoekt op zijn eigen manier naar betekenis. Zo ook de vijf Wijkmakers. Al doen ze allemaal mee aan hetzelfde traject en worstelen ze met gelijksoortige vraagstukken, elk van hen geeft een geheel eigen invulling aan zijn of haar rol als kunstenaar.
Wijkmaker Karlijn Kistemaker vatte elk van hun doelen kort maar krachtig samen:
Bert wil de buurt iets geven en samen met de buurtbewoners iets maken, Hilde wil de buurt in al zijn verscheidenheid tonen, Martijn en Sara willen de twee uit elkaar gedreven gebieden in hun buurt met elkaar verbinden en Karlijn zelf wil haar buurtgenoten alleen nog maar pijn doen.

Hoewel de vraag naar de rol van kunst en de kunstenaar altijd relevant is en het belang van een werk altijd ter discussie gesteld mag worden, is het opvallend dat bij sociaal artistieke projecten (een begrip dat in 2000 zijn intrede deed en gebruikt wordt voor kunstprojecten die gestoeld zijn op een maatschappelijke betrokkenheid) de vraag naar het belang explicieter gesteld wordt.

Er zijn verschillende manieren en momenten waarop deze vraag aan bod kan komen. Simon Allemeersch, een Vlaamse theatermaker die meer dan twee jaar in de wijk Rabot in Gent gewerkt heeft en met wie de Wijkmakers onlangs een ontmoeting hadden, stelt vast dat dit een vraag is die in zijn ervaring voornamelijk na afloop van een project naar voren komt in de reacties van het publiek. Het zijn de toeschouwers die zich bijvoorbeeld afvragen of het niet zielig is voor buurtbewoners om ingezet te worden in een voorstelling. Als een acteur drie uur lang nat op het toneel moet liggen vindt de toeschouwer dat blijkbaar geen probleem, maar als een ‘echt mens’ het moet doen dan is het plotseling zielig.

Het zijn ook de toeschouwers die de vraag stellen wat het project nu eigenlijk betekent heeft voor de mensen die eraan meegedaan hebben; of ze er echt iets aan gehad hebben of liever nog: of ze er beter van geworden zijn. Volgens Simon zijn dit niet de vragen die gesteld moeten worden. De vraag creëert afstand en verraadt dat een dergelijk project wordt gezien als iets dat op zichzelf staat en waar wij als toeschouwer verder niets mee te maken hebben. De vraag van de toeschouwer ‘wat heeft dit voor hen betekent?’ zou moeten zijn: wat betekent dit voor mij?

Het feit dat deze vraag bij sociaal artistieke projecten bijna zonder uitzondering gesteld wordt en bij ‘reguliere’ voorstellingen in de zaal niet (of in elk geval minder vaak), doet vermoeden dat de kunstenaar in werk dat zich buiten het theater begeeft een andere rol toebedeeld krijgt. Alsof de kunstenaar in een sociaal artistiek project geen volledige vrijheid meer heeft, alsof er een bepaald doel bereikt moet worden. De mensen die met het project in aanraking komen, moeten er blijkbaar beter van worden. Zo wordt de kunstenaar in zekere zin verantwoordelijk voor het lot van de mensen waarmee hij in aanraking komt en verliest hij tot op zeker hoogte de mogelijkheid om op een autonome manier te werk te gaan.

Het is echter niet alleen het publiek dat het belang van sociaal artistieke projecten bevraagt en daarmee vraagtekens zet bij de rol van de kunstenaar. In de groeps en inspiratie bijeenkomsten die regelmatig plaatsvonden met de Wijkmakers is duidelijk geworden dat ook de kunstenaars zelf worstelen met hun rol. Na zes maanden werken in de wijken lijkt één vraag nog altijd de ondertoon te voeren: wat doe ik hier (in godsnaam)?

Misschien wel de belangrijkste reden dat deze vraag actueel blijft, is het feit dat projecten als deze plaatsvinden in bestaande buurten en dat de makers geconfronteerd worden met echte mensen, waarvan de meeste geen ervaring hebben met de wereld van kunst of theater. En ook al zijn de makers niet verantwoordelijk voor het lot van de buurtbewoners en ook al heeft Over het IJ Festival bewust geen expliciete opdracht meegegeven, behalve vanuit hun artistieke kracht te reageren op thema’s en vraagstukken die in hun buurten spelen (en is er dus geen specifiek bepaald doel wat bereikt moet worden), het feit blijft: je begeeft je als maker in een buurt en daar moet je iets mee. Je moet de locatie, de bewoners en de context erkennen om er een visie op te vormen. En dus is het continue balanceren tussen het autonoom uitvoeren van eigen werk en tegelijkertijd op een integere manier omgaan met de mensen waarmee de makers in aanraking komen en die wellicht een rol zullen spelen in het werk dat ze gaan maken.

Misschien is de vraag die gesteld moet worden: hoe creëer je als maker een sfeer waarin er een co-creatie kan plaatsvinden? Als de maker op voorhand al een duidelijk plan of doel heeft, verworden de buurtbewoners tot figuranten. Maar als de maker een manier kan vinden om samen te werken met buurtbewoners, als de buurtbewoners bij wijze van spreken op hetzelfde niveau komen te staan als de kunstenaar, dan is er sprake van een uitwisseling. Het is in feite het verschil tussen het poneren van een stelling of het stellen van een oprechte vraag; het verschil tussen ik kan jou gebruiken of ik heb jou nodig.

Maar zelfs als je als maker een vorm hebt gevonden waarin je de buurtbewoners wezenlijk onderdeel kunt laten zijn van het proces (wat natuurlijk veel makkelijker gezegd is dan gedaan), dan nog zal er altijd sprake blijven van mensen die daar niet op zitten te wachten. Mensen die bijvoorbeeld al te vaak in aanraking zijn gekomen met “kunstenmakers die hun plannetje komen uitvoeren om de buurt te verbeteren”. Daarnaast zijn er ook genoeg mensen die er niet eens sceptisch of onwelwillend tegenover staan, maar die vooral volkomen neutraal zijn. Mensen die hun buurt puur zien als een plek om te wonen en zich daar verder niet speciaal toe willen verhouden. Dit heeft vanzelfsprekend alle bestaansrecht maar is daarmee nog iets waar de makers zich toe moesten verhouden.

Daarnaast is het voor de kunstenaars, die allemaal voor het eerst aan een dergelijk project meedoen, niet alleen zoeken naar hun rol, maar ook naar de manier waarop ze die rol in de praktijk kunnen brengen. De één is van mening dat het niet uitmaakt wat je ook doet, als het maar voortkomt uit de goesting om vuurwerk af te steken. Met andere woorden: als je met veel enthousiasme iets doet wat iedereen gewoon tof vindt, dan dient de ethische, filosofische of maatschappelijk vraag zich vanzelf wel aan. De ander begint juist met die ethische, filosofische of maatschappelijke vraag en zoekt naar een manier om zijn eigen stem daarin door te laten klinken.

Waar Bert eerst van plan was speldenprikjes uit te delen aan de inwoners van Tuindorp Oostzaan, is hij van die gedachte teruggekomen. Naar zijn mening liep hij met die aanpak te veel het risico om de bewoners voor schut te zetten. In plaats daarvan is hij op zoek gegaan naar een manier om de creatieve gedachten van de buurtbewoners in zijn project te betrekken. Sara en Martijn zijn van het begin af aan vastbesloten geweest om de twee wijken in het aan hen toebedeelde stukje Noord met elkaar te verbinden en zetten daarvoor nu een enorm houten paard op wielen in. Hilde wilde met de camera de buurt en de bewoners vastleggen, ze vooral tonen zoals ze echt zijn en hun verbintenis met het Buikslotermeerplein laten zien. Zij heeft echter ontdekt dat soms de mooiste verhalen pas verteld worden als de camera er niet bij is. Dus is zij weer op zoek gegaan naar een theatrale manier om de verhalen die ze ontdekt heeft te verwerken. En Karlijn is in haar poging om de zelfbouwers en kavelkampeerders te voorzien van de hoognodige portie humor en relativering dusdanig in hun drama’s meegesleept dat ze zelf haar humor verloren is en ze de mensen die haar weggestemd hebben van de camping alleen nog maar pijn wil doen.

Presentaties door de Wijkmakers zelf tijdens 24H Amsterdam-Noord op 24 en 25 oktober
Wie met eigen ogen wil zien hoe de makers hier het afgelopen half jaar hun weg in hebben gevonden en wat het resultaat van hun zoektocht is, kan in het weekend van 24 oktober (tijdens 24H Noord) en 25 oktober (in een eigen programma) mee op een fietstocht langs de verschillende projecten. De resultaten zullen gepresenteerd worden in twee double bills.

Double bill 1 bestaat uit Bert Hana (Tuindorp Oostzaan) en Hilde Tuinstra (Buikslotermeer), in double bill 2 ziet je Martijn & Sara (de Bongerd en Hogeland) en Karlijn Kistemaker (Buiksloterham).

Tijdens 24H AMSTERDAM-NOORD op 24 oktober starten de double bills om 14.00 uur, einde ongeveer 16.30 uur. Op zondag 25 oktober presenteren de Wijkmakers hetzelfde programma. De double bills starten dan om 16.15 uur, einde ongeveer 18.30 uur. Je kunt per dag dus een ontmoeting krijgen met twee Wijkmakers, hun werk en hun buurten. Als je werk van alle vier de makers wilt zien, kan je beide dagen komen kijken.

Toegang is gratis voor beide dagen, maar meld je aan via pim.luitjes@overhetij.nl en vermeld welke double bill op welke dag je voorkeur heeft. Startpunt is op de NDSM-werf, buiten bij de Grote Scheepsbouwloods, voor de grote blauwe deuren.

LET OP: kom op de fiets!

Tess Scholten

Fotograaf: Michiel Cotterink

De Tocht der Wijktochten

Blog 3: Tess Scholten, Dramaturg De Lokale Stad – 23 juli 2015

Vier fietstochten hebben we achter de rug. Alle weertypen hebben we getrotseerd: van tropische temperaturen tot stortbuien en rukwinden. Alles bij elkaar hebben we meer dan 50 kilometer afgelegd. Er fietsten mensen mee uit Noord en mensen van daarbuiten. Niemand kreeg een lekke band en er is niemand van zijn fiets gevallen.

De meeste mensen die meegingen, waren nog nooit op het Buikslotermeerplein geweest. Dat was wel even schrikken, zo veel beton, zo veel lelijkheid. Maar eenmaal binnen in de Modestraat werden de harten van het publiek verwarmd door de mensen die Hilde heeft vastgelegd in haar film. Zo herinnert bewoonster Mirjam, die al tientallen jaren in de buurt woont, ons eraan dat het leven helemaal niet zo moeilijk is als je zelf maar niet zo moeilijk bent. Ook werd er gegrinnikt om de zeer betrokken en twitterende wijkagent René, die “een klein tweetje” verstuurt over het faillissement van Miss Etam. Mocht u René willen volgen dan kan dat via zijn twitteraccount.

In Buiksloterham heeft Karlijn met haar bedrijf ‘Bredebuurt Architects’ bergen verzet. Ze heeft getekend voor een kavel, waar een zeer gemotiveerd stel uit de Banne de kans krijgt om hun droomhuis te verwezenlijken. Met frituurvet als isolatiemateriaal en een barbecue die een jacuzzi verwarmt. Het is nog even afwachten hoe dat zal gaan, twee Noorderlingen in een buurt vol hoogopgeleide zelfbouwers. Dat er niemand uit de straat op hun feestje kwam, is misschien een veeg teken. Het bouwproces en het wel en wee van Greg, Steef en hun koikarper Cor kunt u de komende maanden ook volgen via de website.

Hoe moe we ook waren of hoe warm we het ook hadden, bij Bert in Tuindorp Oostzaan wachtte er altijd een oase van rust. Met zijn zorgvuldige manier van vertellen en een combinatie van humor en poëzie schetste hij voor ons zijn beeld van Tuindorp. Hij toonde ons dia’s van de buurt en draaide daarbij de muziek die volgens buurtbewoners bij die plekken hoort. Van Sjostakovitsj tot Lil’ Kleine en Wim Sonneveld, er kwam van alles voorbij en het publiek werd tot tranen toe geroerd. Hoe lang Bert zijn aanwezigheid in de wijk nog geheim kan houden is te volgen via Tuindorp Underground.

Bij Martijn en Sara leidde vooral de laatste dag tot veel nieuwe inzichten. In hun presentatie waren Martijn en Sara heel open over het feit dat zij het gevoel hadden met lege handen te staan. Ze wilden iets betekenen, maar in hun wijk leek alles al gedaan. Tijdens het nagesprek onder leiding van Chris Keulemans bleek gaandeweg dat ze juist heel veel gevonden hebben. Hun betrokkenheid bij de wijk, die hen zo siert, heeft er misschien ook voor gezorgd dat ze door de bomen het bos niet meer zagen. Tijd voor Martijn en Sara om een stapje terug te doen en weer even boven de wijk te gaan hangen. Wat daaruit voorkomt, laten ze ongetwijfeld weten via hun blog op Tumbler. Volg ze hier.

Wie de Wijkmakers tijdens het festival gemist heeft, kan de komende maanden zijn hart ophalen. Zowel via hun eigen blogs als via de website van Over het IJ kunt u de makers volgen, terwijl zij zich nog verder in hun buurten gaan verdiepen. Op 24 en 25 oktober kunnen we de Wijkmakers bezoeken tijdens 24H Noord, in het kader van 24H Amsterdam. Wat ze ons dan gaan laten zien weet nog niemand, maar de koers die is ingezet tijdens het festival belooft veel goeds.

Ik ben voor het eerst echt ‘hier’!

Simone Hogendijk, Artistiek leider Over het IJ Festival – 13 juli 2015

Er zijn twee momenten die ik altijd heel spannend vind; als ik in volle overtuiging lang gewerkt heb aan iets en er komt opeens publiek bij dat er wat van vindt, en het moment na afloop van iets waar ik hard en lang aan gewerkt heb en het proces van afscheid nemen wordt ingezet. Binnen 11 dagen heb ik dit beide meegemaakt binnen Over het IJ Festival.

Bij het eerste moment zijn er wat mij betreft twee keuzes om te nemen: mezelf verstoppen in een donker hoekje, of in volle openheid alle reacties opnemen en de ervaringen van het publiek tot me laten komen. Ik koos voor het tweede en stortte me in het festival, als in een doordenderende rollercoaster; altijd in volle en energieke kracht vooruit, geen berg te hoog, geen bocht te scherp, en na een tijdelijke val altijd weer een piek.

Bij het tweede moment zijn er voor mij ook twee keuzes; tijd voor reflectie, of alweer vooruitkijken (idealiter de conclusies uit het reflectieve gedeelte hierin meenemend). Hier kies ik voor beide en in deze fase zit ik nu. Terugkijkend op een bijzonder festival, niet alleen omdat het mijn eerste festival was als artistiek leider, maar omdat wat we van te voren beoogden voor een groot deel is uitgekomen.

Het was behoorlijk spannend de eerste dagen, maar ondanks hittegolf, storm en hier en daar een bui stonden de makers fier overeind en vormden met elkaar een palet waar ik trots op was. Je kan van te voren wel bedenken hoe iets er uit moet gaan zien, makers bijvoorbeeld uitdagen zich te verhouden tot de context van de stad, maar pas toen ik alles bij elkaar zag bleek dat het echt een coherent geheel was geworden, dat uitdraagt wat ik beoogde bij het samenstellen van het programma; een visie op de stad van morgen, en een goeie weerslag gevend van een huidige generatie makers die zich durft uit te spreken over deze stad en de toekomst van de stad en wereld. Ze deden dat op expliciete of impliciete wijze, maar altijd gekoppeld aan een sterke verbeeldingskracht en geheel eigen (theatrale) taal. De makers durfden (openlijk) te zoeken naar nieuwe vormen om hun verhaal te vertellen en deden dat op en verbonden aan het stukje grond waar zij tijdelijk hun vlag op hadden gepland, in locatietheatervoorstellingen en onderzoeken die speelden tot diep in Noord en die ook aanhaakten bij thema’s die daar spelen, zoals de Wijkmakers dat deden binnen programmalijn de Lokale stad. Ze namen daarbij in alle openheid hun eigen rol als kunstenaar in de stad en samenleving onder de loep in het werkproces en binnen het programma onderdeel de Stad van Morgen.

De NDSM-werf en Amsterdam Noord als open laboratorium voor een nieuwe manier van werken in onze oprechte zoektocht naar verbinding met de plek waarop we werken en wonen en met de mensen die deze plek met ons delen, bleek vruchtbare grond. Hoewel het soms heus letterlijk zoeken was op de werf, – nu er niet meer een festivalhart was -, voelden zowel makers, kunstenaars, ondernemers als publiek zich meer betrokken dan ooit bij de werf, hun stad en bij het festival. Het mooiste wat iemand uit het publiek tijdens het festival tegen mij zei was; “Ik ben voor het eerst echt ‘hier’, ik ontdek de werf en de stad, zie hem met nieuwe ogen, en kom niet in een festival(hart) wat overal zou kunnen zijn.”

Het is precies dit wat wij beoogden en wat we in de toekomst heel graag verder willen gaan uitbouwen. Ik open dan ook alweer voorzichtig veelbelovende mailtjes vol uitnodigingen en plannen voor volgend jaar, onderwijl evaluerend en proostend met de organisatie op het afgelopen festival.

Tot volgend jaar!

Omarm de sublieme vluchtigheid

Blog 3: Thabi Mooi, ateliermaker Oerol/Over het IJ Festival – 12 juli 2015

Ik schrijf deze blog, in tropische sferen, op de NDSM, vlakbij het IJ, waar mijn houten huisje staat. Het kleine huisje waarin ik de afgelopen festivaldagen bezoekers 1 voor 1 uitnodigde, om de film Dag wereld te bekijken.

Bij mijn overtocht vanuit Terschelling (waar het huisje in een magisch bos stond) maakte ik me stiekem een beetje zorgen. Wat zou deze betonnen, rauwe, graffiti omgeving doen met de filmbeleving? Zouden de toeristen, hangjongeren op brommers en klanken van cafe Noorderlicht (die vlakbij staat) doordringen door de fragiele wanden en mensen ‘afleiden’ van de intieme ervaring binnen?

Na 9 dagen haal ik opgelucht adem en geniet met volle teugen van de bijzondere locatie (dat uitzicht!) en de verrassende reacties van het publiek. Juist vanwege de koptelefoon geven mensen direct aan dat ze in 9 minuten echt ‘weg’ waren en binnen no time in de filmische ervaring gezogen werden. Als ze eruit komen voelen ze het contrast met hun omgeving nog sterker. De kleuren en geluiden van de natuur op Terschelling leken nog scherper waargenomen te worden. Velen konden het bos echt ruiken, door de geur van de wanden. Heel mooi om te merken dat mensen ook in zo’n totaal andere omgeving open staan voor dit soort ervaringen.

Bij het maken van (locatie)theater denk je in het proces soms vaak, pfff…..waarvoor doe ik het  toch..? Al die moeite om mensen bijeen te krijgen, op een bepaalde plek en vooral op dat specifieke moment. Alles in het werk stel je om de elementen- locatie, spelers en  publiek samen te laten vallen, zodat er op dat moment een ervaring ontstaat.  In het hoofd en lijven van mensen. Dat iemand iets gaat voelen, denken of misschien alleen even stilstaat bij dat moment. Met al zijn of haar zintuigen op scherp.  Dat klinkt zo simpel, maar als dat gebeurt sta je als maker te jubelen. Handen in de lucht, als een kind zo blij. Want daarvoor doe je het.. met je werk mensen laten stilstaan bij wat het leven is of kan zijn. Alsof je een groot geheim met mensen mag delen, die in het dagelijkse verkeer  versluierd raakt.

Wat een pracht, sublimiteit, wat een schoonheid als kunst dat vermag!

De laatste gezichten van Over het IJ Festival

Blog 3: TG Siblings, Zeecontainermakers – 12 juli 2015

Er bestaat een kans dat je vandaag een trui met tien dino’s draagt. Misschien heb je een tatoeage op je voet, of om je navel. Er ligt waarschijnlijk een rugzak bij je in de buurt, en de kans is groot dat je gister hebt gebarbecued. Hoe heet jij? Wij zijn Freek en Petra, en de afgelopen tien dagen deden we onderzoek naar wie er tijd en ruimte kwamen delen met ons. 

Tien bijzondere dagen waren het, waarin ongeveer 540 mensen hun antwoorden met ons wilden delen. Op alle vragen die we stelden, kregen we twee keer geen antwoord, werd er soms ongemakkelijk en soms oprecht gelachen, vaak eerlijk geantwoord en af en toe gehuild (door de mama van Freek, die vertelde dat het haar grootste droom is dat haar drie kinderen – alledrie aanwezig in de container – gelukkig worden). We leerden dat René/Renee/Renée op drie manieren te spellen is, ontdekten dat Lisa de meest voorkomende naam is geweest en hadden pas op dag 7 een Jan in de container, maar wel twee tegelijk.

Naast de dino’s waren er veel bloemen op kleding, een tas met 49 paarden en op de laatste dag kwam Ayrton in de eerste helemaal zwarte outfit binnen. We zagen veel blauwe ogen en weinig snorren. Er waren veel mensen uit Amsterdam, maar ook uit onder andere Sint Pancras, Wijde Wormer, Heelsum, Vlissingen en Boxmeer. Zowel Evertjan als Noah zijn nog nooit bij een begrafenis geweest. Martijn is vier keer genoemd als eerste liefde, maar was nooit de laatste met wie iemand seks had gehad. Die laatste keer seks was meestal thuis, in bed, tweemaal op het dak (waaronder door Bert en Erna) en één keer in een tent.

Er werd voor het laatst gehuild om het bewustzijn van de tijd die voorbij gaat. Er werd gedroomd over een circustournee in Japan, over kunnen vliegen en over kinderen krijgen. Uiteindelijk werd de naam Els bij het gezicht van de eerste liefde gevonden. Bijna iedereen hield van zijn of haar moeder, iedereen wilde met ons op de foto. Twee eerste dates vonden deels plaats in onze container, en er werden mensen met elkaar herenigd die elkaar lang niet hadden gezien.

Sommige publieksgroepen waren licht en vrolijk, andere gaven juist heftige antwoorden. Soms  moesten we hard werken voor antwoorden, vaak kwamen die vanzelf. Er werd heel veel gedeeld, zonder terughoudendheid of angst. Dank aan alle mensen die antwoord hebben willen geven.  Zonder jullie was dit onderzoek niet mogelijk geweest. Vandaag presenteren we de hele dag de resultaten van ons onderzoek: de container is open, we verwerken de resultaten alvast en vertellen vooral de verhalen van de afgelopen tien dagen. Wees welkom om nog eens terug te komen, of voor het eerst binnen te stappen. Wie weet ben je wel de vierde Petra die binnenstapt, of de eerste Freek.  Misschien wordt Freek vandaag voor de vierde keer gezoend, of Petra voor de eerste. Waarschijnlijk stellen we je in ieder geval één vraag, de belangrijkste van de afgelopen tien dagen: hoe heet je?

Vandaag is je laatste kans om je voor te stellen aan TG Siblings en je gezicht aan de festival ‘wall of faces’ toe te voegen!

Een ode aan de mens

Blog 2: Jeek ten Velden, theatermaker Sun City II – 9 juli 2015

Aanstaande zaterdag vindt er in het kader van het Over Het IJ Festival een debat plaats. Onderwerp van het debat is ‘’duurzaam en de kunstenaar”. Ik ben gevraagd of ik voor dat debat een inleidend praatje wil houden, omdat ik daar met de voorstelling Sun City II de afgelopen periode mee aan de slag ben gegaan: duurzaamheid.

Zelf heb ik duurzaam of duurzaamheid altijd een lastig begrip gevonden om vanuit te werken. Want wat is duurzaam nou eigenlijk? Het is in ieder geval een belachelijk breed begrip. Van Dale zegt: 1. Lang durend. 2. Weinig aan slijtage of bederf onderhevig. 3. Het milieu weinig belastend. Maar volgens mij raakt met name puntje drie de associatie die de meeste mensen hebben; duurzaam, dat heeft met het milieu te maken. Nu vind ik als regisseur het milieu geen prikkelend onderwerp. Daar kan ik geen theater over maken. Ik bedoel, voor je het weet heb je het over zonnepanelen en elektrische snorfietsen en god weet waar je dan uitkomt. Nee, ik wil het over mensen hebben. Over wat mensen kunnen, over wat mensen doen en gedaan hebben.

En daarom zijn voor mij puntje één en twee veel interessanter. Ik wil nadenken over een duurzame maatschappij, een duurzame samenleving. Lang durend, weinig aan slijtage onderhevig. Natuurlijk speelt het milieu daar een grote rol in, maar ik geloof dat we eerst de aard van de mens moeten veranderen voordat we ons als mensheid wezenlijk met het milieu bezig kunnen houden. We moeten anders gaan denken en daar wil ik aan bijdragen. En waarschijnlijk is dat een cyclisch proces waarbij innovatieve ideeën leiden tot een nieuwe manier van denken en vice versa, maar ik wil utopieën schetsen, ik wil aan de vooravond van een revolutie staan.

Dat is ook de opdracht die we onszelf gegeven hebben. De voorstelling moet een ode aan de mens zijn en een ode aan het menselijk vermogen. Quote uit de voorstelling: “We kunnen nadenken, we kunnen vooruitdenken, we kunnen anticiperen, we kunnen fantaseren. Dat geeft u een voordeel. Dat maakt u het machtigste wezen op aarde dat ooit geleefd heeft.” Zodoende is Sun City II een voorstelling over vooruitgang geworden. Over alles wat we bereikt hebben, over inspirerende vergezichten, over grote ideeën die wereld veranderen. Veel te veel natuurlijk, overambitieus, in 1 uur en 20 min vier eeuwen vooruitgang laten zien gaat je niet in de koude kleren zitten, maar het laat wel zien dat verandering mogelijk is.

Terugkomend op de hoofdvraag: Duurzaam en de kunstenaar, hoe ziet dat eruit? Dat weet ik eigenlijk niet. Volgens mij is dat voor iedere kunstenaar anders, in welke discipline dan ook. Wij hebben nu hiervoor gekozen, een grote, vrij extravagante voorstelling, strijdbaar, maar ik geloof dat je dezelfde ideeën ook in een veel kleinere vorm kan overdragen. Ik hoop alleen dat wij met onze voorstelling het denken hebben kunnen prikkelen. Dat we ons publiek bewust hebben gemaakt van hun eigen vermogen tot verandering.

De Gezichten van Over het IJ Festival deel 2

Blog 2: TG Siblings, Zeecontainermakers – 7 juli 2015

Er bestaat een kleine kans dat je nu een ketting draagt met pepers eraan. Of misschien heb je gister wel gebarbecued bij je ouders. Waarschijnlijk heb je voor het laatst seks gehad in bed, maar niet met je eerste liefde. Hoe heet jij? Wij zijn Freek en Petra, en doen onderzoek naar wie jij bent.

 Halverwege zijn we nu , in ons onderzoek naar met wie we de stad delen. Na vijf dagen maken we een tussenbalans op van de mensen die we normaal vaak voorbijlopen, maar voor wie we nu bewust even tijd nemen. Ons onderzoek vordert gestaag: de wanden van onze zeecontainer vullen zich met antwoorden, foto’s en details van de mensen die binnen zijn gestapt. De afgelopen dagen werden onder andere vier Eva’s, een Renee en een Renée, een Amerens, twee Arthurs achter elkaar, een Clemens, een Jerona en een Neeldert deel van ons onderzoek. Ook stapte op dag vijf – tot onze verbazing – pas de eerste Bas binnen.

Sommige toeschouwers stappen binnen met een glas rosé in de hand, sommige zijn gelijk doorgestroomd uit een andere voorstelling, sommige komen om te schuilen voor de regen, of voor het einde van de voorstelling na een onderbreking – zoals op 4 juli het geval was. Na een korte stop vanwege dreigend onweer wilde Aaron toch nog heel graag getekend worden, en speelden we onze voorstelling af in natte galaxyleggings.

Inmiddels weten niet alleen Amsterdammers de werf te vinden, ook uit de rest van het land krijgen we bezoek. Uit Leiden, Utrecht, Oosthuizen en gister zelfs uit Groningen. Er werd de afgelopen dagen veel couscous gegeten en op sandalen gelopen. Op dag drie was er eindelijk iemand die niet voor het laatst seks had gehad in bed (wel onder de douche). Er was één pink met een gouden nagel, en één pleister op een hiel. Er is tot nu toe tien keer gezoend in onze container, en één keer geknuffeld. Er zijn mensen op de wand getekend, en achteraf tekende Pieter Janneke op de vloer en zichzelf op een los blaadje.

We blijven nog vijf dagen op het festival (alleen 10 juli spelen we niet). We zijn benieuwd of er een mooier favoriet woord is dan ‘peniskoker’ en of er meer mensen gaan zijn die nu gelukkig zijn. Op 12 juli gooien we de deuren van onze container de hele dag open en presenteren we de onderzoeksresultaten. Bij deze nodigen we je dus ook van harte uit om nog eens terug te komen of voor het eerst binnen te stappen, en ons te vragen wat we in hemelsnaam gedaan hebben.

De gezichten van Over het IJ Festival

TG Siblings, Zeecontainermakers – 3 juli 2015

Misschien heb jij gisteren wel seks gehad in de douche. Er is een kans dat jij nu een blauw shirt aan hebt, met een bruine broek. Je hebt misschien net een kop koffie gedaan met je buurvrouw, voordat je boodschappen ging doen in de supermarkt om de hoek. Hoe heet jij? Wij zijn Freek en Petra, en doen onderzoek naar wie jij bent.

We delen de stad met elkaar en het is tijd dat we elkaar eens leren kennen, misschien met een biertje in onze hand. In onze zeecontainer doen wij dat onderzoek de komende tien dagen, met steeds meer mensen op het terrein, maar ook met steeds meer mensen in de stad.

Gisteren, op 2 juli, was de opening van het festival. Wij hebben vijf keer kunnen spelen, ondanks het zware onweer. Dat zijn vijf groepen mensen met wie wij in gesprek mochten gaan. Onze onderzoeksruimte is de zeecontainer waar Hoe Heet Je opstaat, en ze is veranderd in een groot leeg vel papier. Als je binnenstapt, denk je misschien dat de muren wel heel wit zijn zo. Dat papier is er om vast te leggen wat wordt gevraagd, gedaan en uitgesproken. De afgelopen weken hebben we hard gewerkt aan het bevestigen van het papier, maar ook aan het kiezen van de juiste vragen.

Op dit moment zijn de eerste resultaten binnen. We hebben twee mannen gesproken die Kees heten. Anne en Eva hadden allebei een ijsje, waarvan één in een hoorntje zat en de ander op een stokje. Martijn was er, maar hij was niet Martijn, de eerste liefde. We hebben veel Amsterdammers gesproken, en veel roodgelakte teennagels gezien. Er waren acht rugzakken, maar weinig gezichten met sproetjes. Er is twee keer gezoend. De laatste keren seks waren allemaal in bed. Lenne had vrij uitgebreid gegeten, en dat was zelfs alleen het voorgerecht.

Wij blijven nog tien dagen lang op dit festival (we spelen alleen 10 juli niet) en zullen aan het eind van het onderzoek de resultaten presenteren. We gooien de deuren open en nodigen je uit om terug te komen, of juist voor het eerst naar binnen te gaan en ons te vragen wat we in hemelsnaam gedaan hebben. En Giedo, doen we dat biertje dat je ons belooft hebt dan?

Met een festivalbandje kun je deze zeecontainer bezoeken!

Iedere wijk zijn eigen stijl

Blog 2: Tess Scholten, Dramaturg De Lokale Stad – 2 juli 2015

Als je een museum bezoekt of naar de film of het theater gaat, ben je getuige van het eindresultaat van een lang, creatief proces van de kunstenaar. Het werk moet voor zich spreken; naar het proces dat eraan vooraf is gegaan kan de toeschouwer alleen maar raden. Terwijl de gemiddelde bezoeker nu juist zo nieuwsgierig naar dat proces is, omdat het een verdiepende laag aan een werk toevoegt.

Er zijn ontelbaar veel voorbeelden van kunstenaars met een bijzondere werkwijze. Zo liet Ed Harris ter voorbereiding op zijn rol als Jackson Pollock een schilderstudio in zijn eigen huis bouwen en leerde hij zichzelf daar de dripping-techniek van Pollock aan, terwijl hij aan de lopende band Camels rookte. De schilder Gerard Dou zette zijn materiaal altijd met grote precisie neer om vervolgens doodstil achter zijn ezel te gaan zitten wachten tot al het stof neergedaald was. Salvador Dalí viel graag voor zijn doek in slaap met een voorwerp in zijn hand, zodat hij wakker schrok als dat voorwerp uit zijn hand gleed en hij direct zijn dromen op het doek kon zetten. En men zegt dat Woody Allen het liefst uren onder de douche staat om inspiratie op te doen.

Tijdens de gesprekken met de Wijkmakers wordt al snel duidelijk dat ook zij elk een compleet verschillende manier van werken hebben. Lang niet zo excentriek als Dalí of Woody Allen, maar toch heel eigen. De één stort zich vol overgave op de buurt en stelt zich zonder reserves voor als maker die op zoek is naar een onderwerp. De ander stelt zich terughoudender op, wil zo lang mogelijk onontdekt blijven, observeert en gaat het contact met buurtbewoners nog even uit de weg, zodat het poëtische beeld van de omgeving niet doorbroken wordt. Bij weer een ander hoor ik de hersens bijna kraken als het gaat over de vraag wat de verantwoordelijkheid is van een kunstenaar die zich verdiept in een buurt. Mag een kunstenaar zich die plek zomaar toe-eigenen en wat gebeurt er als je daar publiek bijhaalt? Help je de buurt daar nog wel mee of wordt het dan een vorm van voyeurisme?

De fietstocht tijdens Over het IJ Festival leidt door vier verschillende buurten in Noord waar grote veranderingen gaande zijn. Zowel nieuwelingen als doorgewinterde Noorderlingen krijgen door de verhalen van de Wijkmakers de kans om dit deel van Amsterdam met nieuwe ogen te bekijken.

Voor informatie over de tours en tickets, ga je naar De Lokale Stad.

Herrie en de avond zijn goede vrienden

Jeek ten Velden, Theatermaker Sun City II – 1 juli 2015

Herrie, een prachtig woord, klinkt ook mooi. Een beetje als een naam, Harry, wat toch een gezellige naam is, voor gezellige mannen. Maar ook een heel breed woord. Herrie kan zijn je bovenbuurman die een gaatje aan het boren is, kan zijn de kroeg aan de overkant van de straat, ruziënde mensen, Koninginnedag, maar ook de spelende kinderen op het plein, een vrouw die met een slijptol een installatie aan het maken is en… muziek.

Mooi of lelijk, het maakt voor herrie niet uit. Het enige wat herrie is, is een geluid. Een onwelkom geluid dat de rust verstoort. Een beetje hetzelfde als Harry. In mijn beleving zijn het verassend vaak Harry’s die – weliswaar vaak onbedoeld en met de beste intenties – de rust verstoren. Herrie is de afgelopen twee weken dat wij hier zitten onze vriend en vijand geweest. Vijand in die zin dat we met onze vier subwoofers, twee tops, zes versterkers, zeven gitaren, drie basgitaren, pedal steel, piano, synths, hoorn de loods behoorlijk wat extra… kleur hebben gegeven. Iets dat ons door de andere gebruikers van de loods niet altijd in dank is afgenomen (sorry jongens…)

En ook het constante geluid van de loods zelf – die leeft, echt waar! – maakt het soms moeilijk om de kleinere momenten van de voorstelling (show, zeggen de muzikanten) te kunnen repeteren. Maar dat is locatietheater, daar gelden andere wetten. Geen zwarte doos, geen geluidsdichte ruimte waar je je eigen wereld kan creëren. Nee, je staat in de echte wereld, samen met alle andere gebruikers van die wereld. En dat is mooi.

Maar wanneer de avond valt. De loods steeds rustiger wordt. De mensen naar huis en de zon onder in het westen, dan wordt herrie opeens onze vriend. Dan wordt herrie muziek, wordt herrie prachtig gespeelde teksten, wordt herrie visuals die opeens kleur krijgen. Herrie en de avond zijn goede vrienden en wij van hen.

Nog één dag, dan is het zo ver. Dan gaat de voorstelling (show!) waar wij de afgelopen vier maanden zo hard aan gewerkt hebben in première. Als openingsvoorstelling van Over Het IJ 2015 notabene. Buitengewoon spannend. Ik kan niet wachten…

Sun City II is de openingsvoorstelling van Over het IJ Festival 2015. Koop hier je tickets!

Older posts Newer posts