Slotblog Wijkmaken door Tess Scholten, dramaturg De Lokale Stad, 21 oktober 2015:

De rol van de kunstenaar (in Amsterdam-Noord)
– een beschouwing op zes maanden Wijkmaken

De Wijkmakers (Martijn Klink & Sara van Gennip, Karlijn Kistemaker, Bert Hana en Hilde Tuinstra) zijn nu zes maanden aan het werk in hun wijken in Amsterdam-Noord. Ik volgde hen gedurende die periode in hun proces en schreef daar regelmatig een blog over. Aankomend weekend (24 en 25 oktober) tonen zij hun eindresultaten in twee fietsroutes tijdens 24H Noord.

Ondanks het feit dat het traject bijna afgelopen is, blijkt er één vraag nog altijd even prominent aanwezig als aan het begin van deze zes maanden: wat is de rol van de kunstenaar, of beter gezegd wat is onze rol in deze wijken? De vraag naar hun rol, en dus hun werkwijze en uiteindelijke betekenis in de buurt, is een vraag waar de Wijkmakers onvermijdelijk mee te maken en mee te worstelen kregen tijdens hun traject.

Om te proberen de rol van de kunstenaar te reduceren tot één alles omvattend zinnetje zou onbegonnen werk zijn en zou bovendien geen recht doen aan de ontelbare manieren waarop er invulling gegeven kan worden aan die rol. De rol van kunst en de kunstenaar is onlosmakelijk verbonden aan en volledig afhankelijk van de kunstenaar in kwestie. Elke maker heeft zijn eigen identiteit, zijn eigen stijl en zoekt op zijn eigen manier naar betekenis. Zo ook de vijf Wijkmakers. Al doen ze allemaal mee aan hetzelfde traject en worstelen ze met gelijksoortige vraagstukken, elk van hen geeft een geheel eigen invulling aan zijn of haar rol als kunstenaar.
Wijkmaker Karlijn Kistemaker vatte elk van hun doelen kort maar krachtig samen:
Bert wil de buurt iets geven en samen met de buurtbewoners iets maken, Hilde wil de buurt in al zijn verscheidenheid tonen, Martijn en Sara willen de twee uit elkaar gedreven gebieden in hun buurt met elkaar verbinden en Karlijn zelf wil haar buurtgenoten alleen nog maar pijn doen.

Hoewel de vraag naar de rol van kunst en de kunstenaar altijd relevant is en het belang van een werk altijd ter discussie gesteld mag worden, is het opvallend dat bij sociaal artistieke projecten (een begrip dat in 2000 zijn intrede deed en gebruikt wordt voor kunstprojecten die gestoeld zijn op een maatschappelijke betrokkenheid) de vraag naar het belang explicieter gesteld wordt.

Er zijn verschillende manieren en momenten waarop deze vraag aan bod kan komen. Simon Allemeersch, een Vlaamse theatermaker die meer dan twee jaar in de wijk Rabot in Gent gewerkt heeft en met wie de Wijkmakers onlangs een ontmoeting hadden, stelt vast dat dit een vraag is die in zijn ervaring voornamelijk na afloop van een project naar voren komt in de reacties van het publiek. Het zijn de toeschouwers die zich bijvoorbeeld afvragen of het niet zielig is voor buurtbewoners om ingezet te worden in een voorstelling. Als een acteur drie uur lang nat op het toneel moet liggen vindt de toeschouwer dat blijkbaar geen probleem, maar als een ‘echt mens’ het moet doen dan is het plotseling zielig.

Het zijn ook de toeschouwers die de vraag stellen wat het project nu eigenlijk betekent heeft voor de mensen die eraan meegedaan hebben; of ze er echt iets aan gehad hebben of liever nog: of ze er beter van geworden zijn. Volgens Simon zijn dit niet de vragen die gesteld moeten worden. De vraag creëert afstand en verraadt dat een dergelijk project wordt gezien als iets dat op zichzelf staat en waar wij als toeschouwer verder niets mee te maken hebben. De vraag van de toeschouwer ‘wat heeft dit voor hen betekent?’ zou moeten zijn: wat betekent dit voor mij?

Het feit dat deze vraag bij sociaal artistieke projecten bijna zonder uitzondering gesteld wordt en bij ‘reguliere’ voorstellingen in de zaal niet (of in elk geval minder vaak), doet vermoeden dat de kunstenaar in werk dat zich buiten het theater begeeft een andere rol toebedeeld krijgt. Alsof de kunstenaar in een sociaal artistiek project geen volledige vrijheid meer heeft, alsof er een bepaald doel bereikt moet worden. De mensen die met het project in aanraking komen, moeten er blijkbaar beter van worden. Zo wordt de kunstenaar in zekere zin verantwoordelijk voor het lot van de mensen waarmee hij in aanraking komt en verliest hij tot op zeker hoogte de mogelijkheid om op een autonome manier te werk te gaan.

Het is echter niet alleen het publiek dat het belang van sociaal artistieke projecten bevraagt en daarmee vraagtekens zet bij de rol van de kunstenaar. In de groeps en inspiratie bijeenkomsten die regelmatig plaatsvonden met de Wijkmakers is duidelijk geworden dat ook de kunstenaars zelf worstelen met hun rol. Na zes maanden werken in de wijken lijkt één vraag nog altijd de ondertoon te voeren: wat doe ik hier (in godsnaam)?

Misschien wel de belangrijkste reden dat deze vraag actueel blijft, is het feit dat projecten als deze plaatsvinden in bestaande buurten en dat de makers geconfronteerd worden met echte mensen, waarvan de meeste geen ervaring hebben met de wereld van kunst of theater. En ook al zijn de makers niet verantwoordelijk voor het lot van de buurtbewoners en ook al heeft Over het IJ Festival bewust geen expliciete opdracht meegegeven, behalve vanuit hun artistieke kracht te reageren op thema’s en vraagstukken die in hun buurten spelen (en is er dus geen specifiek bepaald doel wat bereikt moet worden), het feit blijft: je begeeft je als maker in een buurt en daar moet je iets mee. Je moet de locatie, de bewoners en de context erkennen om er een visie op te vormen. En dus is het continue balanceren tussen het autonoom uitvoeren van eigen werk en tegelijkertijd op een integere manier omgaan met de mensen waarmee de makers in aanraking komen en die wellicht een rol zullen spelen in het werk dat ze gaan maken.

Misschien is de vraag die gesteld moet worden: hoe creëer je als maker een sfeer waarin er een co-creatie kan plaatsvinden? Als de maker op voorhand al een duidelijk plan of doel heeft, verworden de buurtbewoners tot figuranten. Maar als de maker een manier kan vinden om samen te werken met buurtbewoners, als de buurtbewoners bij wijze van spreken op hetzelfde niveau komen te staan als de kunstenaar, dan is er sprake van een uitwisseling. Het is in feite het verschil tussen het poneren van een stelling of het stellen van een oprechte vraag; het verschil tussen ik kan jou gebruiken of ik heb jou nodig.

Maar zelfs als je als maker een vorm hebt gevonden waarin je de buurtbewoners wezenlijk onderdeel kunt laten zijn van het proces (wat natuurlijk veel makkelijker gezegd is dan gedaan), dan nog zal er altijd sprake blijven van mensen die daar niet op zitten te wachten. Mensen die bijvoorbeeld al te vaak in aanraking zijn gekomen met “kunstenmakers die hun plannetje komen uitvoeren om de buurt te verbeteren”. Daarnaast zijn er ook genoeg mensen die er niet eens sceptisch of onwelwillend tegenover staan, maar die vooral volkomen neutraal zijn. Mensen die hun buurt puur zien als een plek om te wonen en zich daar verder niet speciaal toe willen verhouden. Dit heeft vanzelfsprekend alle bestaansrecht maar is daarmee nog iets waar de makers zich toe moesten verhouden.

Daarnaast is het voor de kunstenaars, die allemaal voor het eerst aan een dergelijk project meedoen, niet alleen zoeken naar hun rol, maar ook naar de manier waarop ze die rol in de praktijk kunnen brengen. De één is van mening dat het niet uitmaakt wat je ook doet, als het maar voortkomt uit de goesting om vuurwerk af te steken. Met andere woorden: als je met veel enthousiasme iets doet wat iedereen gewoon tof vindt, dan dient de ethische, filosofische of maatschappelijk vraag zich vanzelf wel aan. De ander begint juist met die ethische, filosofische of maatschappelijke vraag en zoekt naar een manier om zijn eigen stem daarin door te laten klinken.

Waar Bert eerst van plan was speldenprikjes uit te delen aan de inwoners van Tuindorp Oostzaan, is hij van die gedachte teruggekomen. Naar zijn mening liep hij met die aanpak te veel het risico om de bewoners voor schut te zetten. In plaats daarvan is hij op zoek gegaan naar een manier om de creatieve gedachten van de buurtbewoners in zijn project te betrekken. Sara en Martijn zijn van het begin af aan vastbesloten geweest om de twee wijken in het aan hen toebedeelde stukje Noord met elkaar te verbinden en zetten daarvoor nu een enorm houten paard op wielen in. Hilde wilde met de camera de buurt en de bewoners vastleggen, ze vooral tonen zoals ze echt zijn en hun verbintenis met het Buikslotermeerplein laten zien. Zij heeft echter ontdekt dat soms de mooiste verhalen pas verteld worden als de camera er niet bij is. Dus is zij weer op zoek gegaan naar een theatrale manier om de verhalen die ze ontdekt heeft te verwerken. En Karlijn is in haar poging om de zelfbouwers en kavelkampeerders te voorzien van de hoognodige portie humor en relativering dusdanig in hun drama’s meegesleept dat ze zelf haar humor verloren is en ze de mensen die haar weggestemd hebben van de camping alleen nog maar pijn wil doen.

Presentaties door de Wijkmakers zelf tijdens 24H Amsterdam-Noord op 24 en 25 oktober
Wie met eigen ogen wil zien hoe de makers hier het afgelopen half jaar hun weg in hebben gevonden en wat het resultaat van hun zoektocht is, kan in het weekend van 24 oktober (tijdens 24H Noord) en 25 oktober (in een eigen programma) mee op een fietstocht langs de verschillende projecten. De resultaten zullen gepresenteerd worden in twee double bills.

Double bill 1 bestaat uit Bert Hana (Tuindorp Oostzaan) en Hilde Tuinstra (Buikslotermeer), in double bill 2 ziet je Martijn & Sara (de Bongerd en Hogeland) en Karlijn Kistemaker (Buiksloterham).

Tijdens 24H AMSTERDAM-NOORD op 24 oktober starten de double bills om 14.00 uur, einde ongeveer 16.30 uur. Op zondag 25 oktober presenteren de Wijkmakers hetzelfde programma. De double bills starten dan om 16.15 uur, einde ongeveer 18.30 uur. Je kunt per dag dus een ontmoeting krijgen met twee Wijkmakers, hun werk en hun buurten. Als je werk van alle vier de makers wilt zien, kan je beide dagen komen kijken.

Toegang is gratis voor beide dagen, maar meld je aan via pim.luitjes@overhetij.nl en vermeld welke double bill op welke dag je voorkeur heeft. Startpunt is op de NDSM-werf, buiten bij de Grote Scheepsbouwloods, voor de grote blauwe deuren.

LET OP: kom op de fiets!

Tess Scholten

Fotograaf: Michiel Cotterink