Simone Hogendijk, Artistiek leider Over het IJ Festival – 13 juli 2015

Er zijn twee momenten die ik altijd heel spannend vind; als ik in volle overtuiging lang gewerkt heb aan iets en er komt opeens publiek bij dat er wat van vindt, en het moment na afloop van iets waar ik hard en lang aan gewerkt heb en het proces van afscheid nemen wordt ingezet. Binnen 11 dagen heb ik dit beide meegemaakt binnen Over het IJ Festival.

Bij het eerste moment zijn er wat mij betreft twee keuzes om te nemen: mezelf verstoppen in een donker hoekje, of in volle openheid alle reacties opnemen en de ervaringen van het publiek tot me laten komen. Ik koos voor het tweede en stortte me in het festival, als in een doordenderende rollercoaster; altijd in volle en energieke kracht vooruit, geen berg te hoog, geen bocht te scherp, en na een tijdelijke val altijd weer een piek.

Bij het tweede moment zijn er voor mij ook twee keuzes; tijd voor reflectie, of alweer vooruitkijken (idealiter de conclusies uit het reflectieve gedeelte hierin meenemend). Hier kies ik voor beide en in deze fase zit ik nu. Terugkijkend op een bijzonder festival, niet alleen omdat het mijn eerste festival was als artistiek leider, maar omdat wat we van te voren beoogden voor een groot deel is uitgekomen.

Het was behoorlijk spannend de eerste dagen, maar ondanks hittegolf, storm en hier en daar een bui stonden de makers fier overeind en vormden met elkaar een palet waar ik trots op was. Je kan van te voren wel bedenken hoe iets er uit moet gaan zien, makers bijvoorbeeld uitdagen zich te verhouden tot de context van de stad, maar pas toen ik alles bij elkaar zag bleek dat het echt een coherent geheel was geworden, dat uitdraagt wat ik beoogde bij het samenstellen van het programma; een visie op de stad van morgen, en een goeie weerslag gevend van een huidige generatie makers die zich durft uit te spreken over deze stad en de toekomst van de stad en wereld. Ze deden dat op expliciete of impliciete wijze, maar altijd gekoppeld aan een sterke verbeeldingskracht en geheel eigen (theatrale) taal. De makers durfden (openlijk) te zoeken naar nieuwe vormen om hun verhaal te vertellen en deden dat op en verbonden aan het stukje grond waar zij tijdelijk hun vlag op hadden gepland, in locatietheatervoorstellingen en onderzoeken die speelden tot diep in Noord en die ook aanhaakten bij thema’s die daar spelen, zoals de Wijkmakers dat deden binnen programmalijn de Lokale stad. Ze namen daarbij in alle openheid hun eigen rol als kunstenaar in de stad en samenleving onder de loep in het werkproces en binnen het programma onderdeel de Stad van Morgen.

De NDSM-werf en Amsterdam Noord als open laboratorium voor een nieuwe manier van werken in onze oprechte zoektocht naar verbinding met de plek waarop we werken en wonen en met de mensen die deze plek met ons delen, bleek vruchtbare grond. Hoewel het soms heus letterlijk zoeken was op de werf, – nu er niet meer een festivalhart was -, voelden zowel makers, kunstenaars, ondernemers als publiek zich meer betrokken dan ooit bij de werf, hun stad en bij het festival. Het mooiste wat iemand uit het publiek tijdens het festival tegen mij zei was; “Ik ben voor het eerst echt ‘hier’, ik ontdek de werf en de stad, zie hem met nieuwe ogen, en kom niet in een festival(hart) wat overal zou kunnen zijn.”

Het is precies dit wat wij beoogden en wat we in de toekomst heel graag verder willen gaan uitbouwen. Ik open dan ook alweer voorzichtig veelbelovende mailtjes vol uitnodigingen en plannen voor volgend jaar, onderwijl evaluerend en proostend met de organisatie op het afgelopen festival.

Tot volgend jaar!