Een jaar geleden was het zover; ik mocht op gesprek in het kantoortje van Over het IJ, omdat de twee festivals fuseerden en samen deelnemers zochten voor een 1- jarig ontwikkelingstraject (Atelier Oerol en Over het IJ). Enthousiast vertelde ik over mijn afstudeerervaring en mijn enorme passie voor locatietheater. En daarmee begon mijn spannende IJ-avontuur!

Afgelopen jaar diende ik samen met Oerol Festival en Over het IJ Festival met succes een plan in bij het FPK (Fonds voor Podiumkunsten) voor een 2- jarig onderzoek naar locatietheater. In het komende jaar zal ik de drie elementen in mijn werk- locatie, beweging en live muziek- uitdiepen, verbreden en uiteindelijk met elkaar verbinden. Zo ga ik voor het eerst werken met een luchtacrobate, om naast de breedte en lengte, ook de hoogte van een locatie te kunnen bespelen. Stap voor stap werk ik toe naar een lange locatie -voorstelling in 2016, die op beide festivals gaat spelen. Tegelijkertijd word ik ook op zakelijk vlak begeleid, zodat ik aan het einde van mijn traject onder de vlag van mijn stichting de wereld in kan trekken. Maar naast zelf creëren, ga ik ook in de leer bij een leermeester(es). Dit voorjaar ben ik namelijk volop betrokken bij de ontwikkeling van de locatie- voorstelling ERF van het gezelschap Schweigman&, die op Oerol Festival in première gaat. Het was mijn grote wens om Boukje Schweigman te assisteren, omdat ik me met haar beeldende werk verwant voel en het gevoel heb dat ik op artistiek en professioneel gebied veel van haar kan leren. Daarnaast heeft het thema van ERF veel raakvlakken met mijn nieuwe voorstelling.

Ik maak beeldende locatievoorstellingen, met beweging en muziek, waarin het publiek betrokken wordt. Vaak worden de toeschouwers op subtiele wijze onderdeel van de vertelling, waardoor een vreemde vermenging ontstaat, tussen theater en werkelijkheid. Soms wordt mijn stijl ook wel filmisch genoemd, omdat ik de blik van de toeschouwer op locatie stuur, met muziek en een gestileerde mise- en-scene. In mijn werk laat ik me inspireren door (beeldende) kunstenaars, zoals de schilder Edward Hopper, de beeldende kunstenaar Paolo Ventura, de fotograaf Philip-Lorca di Corcia. Ook de beelden en teksten van Samual Beckett vormen een belangrijke inspiratiebron. Zij schilderen de mens af als een solitair figuur in een anonieme verlaten wereld. Gesitueerd in onpersoonlijke ruimtes zoals lege stations, wijde vlaktes lijkt de mens bijzonder kwetsbaar en verweesd.

De suggestieve, sferische beelden van deze kunstenaars inspireren mij in het creëren van (woordeloze) verhalen rondom deze beelden. Om te bedenken hoe iemand daar terechtkomt en op welke wijze hij of zij zal vertrekken. Verder is het werk van choreografe Pina Bausch een belangrijke inspiratiebron, die zich op de rand van theater en dans begeeft. Ongeveer alle menselijke verlangens en emoties, van het diepste geluk tot aan de meest tragische pijn maakt zij zichtbaar en voelbaar. Met haar diverse bewegingstaal, uitgeklede decors en muziek weet zij hypnotiserende momenten te creëren, die humoristisch, poëtisch, pijnlijk en tegelijkertijd van grote schoonheid zijn.

Op dit moment ben ik druk bezig met filmopnames, omdat ik mijn eerste ideeën dit festivalseizoen ga presenteren in een korte dansfilm. In mijn onderzoek en uiteindelijke voorstelling draait het om de magische ontmoeting tussen twee werelden, van leven en dood. Het gaat over het betreden van een onbekende wereld, afscheid nemen, maar ook over familieleden die de herinnering aan hun dierbaren leven in blazen. Met beweging en dans, bijzondere locaties en muziek probeer ik samen met mijn spelers dat bijzonder intieme gebied van sterven, rouw en levenslust te verbeelden.

Thabi Mooi

Theatermaker Atelier Over het IJ/Oerol