Nieuws | 26 januari 2021

SCHETSBOEK #5: BetweenTwoHands over de manier waarop Ecognosis het publiek confronteert met haar eigen (vernietigende) aanwezigheid

Het werkproces van makers gaat gepaard met vallen en opstaan. Twijfels, opnieuw brainstormen, schrappen, knopen doorhakken, het is een proces dat constant doorgaat. Als toeschouwer zien we vaak alleen het eindresultaat. Toch kan het meebeleven van het maakproces veel toevoegen aan de uiteindelijke ervaring. Hierom lanceert Over het IJ het Schetsboek: de plek waar makers hun afwegingen of brandende vragen delen, met soms zelfs het verlangen naar jouw input om deze vraag te beantwoorden. Deze keer BetweenTwoHands (bestaande uit Erin Tjin A Ton en Gosia Kaczmarek) over Ecognosis. Zij gingen in gesprek met het Performance Technology Lab over hun maakproces.

‘Ecognosis is geïnspireerd op het boek The World Without Us van Alan Weisman. In dit boek beschrijft Weisman hoe de natuur de wereld overneemt nadat de mens is verdwenen. Dus eigenlijk dat de mens een verwoestende kracht heeft op de natuur. En we weten dit allemaal wel, maar het is niet acuut voelbaar. Ecognosis laat door middel van verschillende stopmotion animatie-installaties zien hoe alle plekken op aarde geannexeerd worden door uitdijende microben, krioelende insecten en woekerende planten. Via interactie confronteert Ecognosis het publiek met hun eigen (vernietigende) aanwezigheid.’

Ook al weten we wel dat de mens een verwoestende kracht heeft op de natuur, het is niet acuut voelbaar

‘In Ecognosis combineren we analoog met digitaal. We bouwen een driedimensionale wereld van papier waarop we de animaties projecteren. Die animaties zijn stopmotions van handgemaakte tekeningen en objecten van klei, latex, karton en papier-maché. In de installatie verstoppen we verschillende sensoren. Die sensoren tracken het gedrag van mensen: hun beweging, hun geluid... dat soort dingen. En die informatie is dan weer van invloed op de animaties. Bijvoorbeeld: hoe verder je verwijderd bent van de installatie, hoe meer de natuur zijn gang gaat. En andersom: hoe dichter bij je komt, hoe meer de natuur verdwijnt.’

‘De uitvoering van het idee is moeilijker dan het misschien klinkt. Eigenlijk moet je het zo zien: je hebt verschillende sensoren zoals afstandssensoren, geluidssensoren, temperatuursensoren, bewegingssensoren, trilsensoren, noem maar op. Iedere sensor meet specifieke waardes. En die waardes worden gekoppeld aan een Arduino. Dat is een klein computertje, een microcontroller, waar je een code aan kan hangen. Die Arduino geeft dat weer door aan de software Isadora. Met Isadora bepalen we dan weer hóe onze animaties moeten reageren op de waardes die de sensoren meten.’

‘Het moeilijkst hieraan is dat het een andere manier van denken omvat: alles wat je wil moet vertaald worden naar Isadora. Zo leren we in feite een nieuwe taal met codes en cijfertjes. Dat gaat niet 123. Dan zijn we weer vergeten hoe die ene actor heet of welk nummer we waar moeten invullen... We hebben al wel geleerd dat je met Isadora ook kunt animeren. We kunnen nu een stopmotion maken waarin bijvoorbeeld maar één kevertje rondloopt, maar in Isadora kunnen we daar dan meteen duizenden kevertjes van maken, eventueel met een eigen karakteristiek, en daarmee het beeld vol laten lopen. Dat scheelt een hoop werk! In plaats van een stopmotion waarvoor je 24 frames per seconde met de hand moet maken...’

Hoe nu verder?
‘We moeten langzaamaan keuzes maken over de sensoren die voor ons het meest zinvol zijn. Daarvoor is nog wel wat experiment nodig. Allereerst moeten we weten hoe we de animaties willen laten reageren. Willen we bijvoorbeeld met waardes werken, waarbij het effect groter wordt naar mate iemand dichter in de buurt van de installatie komt. Of willen we dat iets abrupt ophoudt? We weten dat we willen werken met een mix aan sensoren, maar we moeten nog uitdokteren welke het meest geschikt zijn. Hiervoor moeten we ons publiek observeren en daar weer het type sensoren op kiezen en de plaatsing ervan bepalen. Alles wijst zich uiteindelijk in de praktijk uit.’

Er zijn afstands-, geluids-, temperatuur-, bewegings- en trilsensoren: We weten dat we willen werken met een mix van sensoren, het is nu nog uitdokteren welke.

‘We hebben het interactieve aspect onder andere in Over het IJ LAB kunnen testen. Hier zagen hier hoe speels het publiek werd: ze begonnen te stampen, te klappen, zingen, renden rondjes. Spelenderwijs werd onderzocht hoe ze de animaties konden manipuleren. Wat we nog wel zien is dat er meer nadruk lag op hoe de animaties gemanipuleerd konden worden, dan de animaties zelf. De focus voor nu moet dus meer naar de overdracht van de inhoudelijke boodschap van de installatie.’

Ecognosis is aankomende tijd nog te zien:
t/m februari 2021 (wordt misschien nog verlengd) @ ARCAM
maart 2021 @ Plein Theater in Amsterdam
december 2021 t/m januari 2022 @ Zone2Source in Amsterdam
(onder voorbehoud) 2022 @ CODA Museum in Apeldoorn & Over het IJ Festival 2022

SCHETSBOEK #5: BetweenTwoHands over de manier waarop Ecognosis het publiek confronteert met haar eigen (vernietigende) aanwezigheid