22 juli 2017

Het bijzonder Tribunaal, gevormd uit leden van de gerechtshoven Amsterdam en Arnhem-Leeuwarden, heeft vrijdag 21 juli in het Paleis van Justitie aan het IJ te Amsterdam uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de dood. Deze zaak is een initiatief van kunstenaars Eva Knibbe en Bart van de Woestijne. Het Tribunaal heeft zich niet bevoegd geacht om in deze zaak een oordeel te geven.

De zaak
De aanklager mr. Coumans verwijt de dood belaging en doodslag in zeven concrete zaken. Kort gezegd komt zijn standpunt erop neer dat natuurlijk iedereen met de dood wordt geconfronteerd, maar dat veel mensen onnodig, te vroeg, willekeurig en onmenselijk zwaar worden getroffen door het handelen van de dood.

Om een eerlijk proces te kunnen voeren, heeft het Tribunaal prof. mr. Sutorius gevraagd als verdediger voor de dood op te treden.

De behandeling ter openbare zitting van 14 juli 2017
Onder grote publieke belangstelling heeft het Tribunaal vorige week vrijdag getuigen en deskundigen gehoord, onder wie Bert Keizer, specialist Ouderengeneeskunde verbonden aan de Levenseindekliniek, prof. Damiaan Denys, hoogleraar Psychiatrie, en filosoof prof. René ten Bos, Denker des Vaderlands.

Bij requisitoir is door de aanklager mr. Coumans het acteren van de dood op zich niet aan de kaak gesteld, maar wel de soms gruwelijke wijze waarop dat gebeurt. Wat hem betreft vervalt bij die zaken iedere rechtvaardiging aan zijn handelen en kan dat gekwalificeerd worden als doodslag. Ook pleegt hij inbreuk op andermans leven door de angst die de dood opzettelijk aanjaagt. De aanklager heeft gevorderd dat de dood schuldig verklaard wordt zonder strafoplegging.

De raadsman prof. Sutorius heeft bij pleidooi gesteld dat het lijden bij het leven hoort en niet bij de dood. De verdediging betwist niet de pijn en het lijden van de gehoorde getuigen, maar deze ervaringen met de dood kunnen niet in de kaders van het strafrecht worden gevangen. Hij heeft geconcludeerd dat rechtsweigering de rechter niet past, maar dat dit de eerste zaak is waarin dit zou kunnen. Hij waarschuwt ervoor dat wij de dood niet als zondebok de woestijn in moeten sturen met onze zonden. Dat hoeft niet en het kan volgens hem ook anders, maar niet door het strafrecht.

Het oordeel van het Tribunaal
Het Tribunaal heeft zich bij aanvang van de zaak al bevoegd geacht om de aanklachten in een openbare zitting te behandelen en alle argumenten voor en tegen de dood te laten voordragen en getuigen en deskundigen daarover te horen. Deze uitvoerige behandeling was ook noodzakelijk om de vraag te kunnen beantwoorden of het Tribunaal bevoegd is om een oordeel te geven over de aanklachten.
Vast staat dat het bij alle gepresenteerde zaken gaat om diep verdriet, pijn, angst, machteloosheid, radeloosheid of ontwrichting van het leven van de aangevers of nabestaanden bij hun confrontatie met de dood. De behandeling van deze strafzaak volgens de regels van ons strafprocesrecht heeft in ieder geval geleid tot ordelijk denken, het delen van gedachten en argumenten, het met respect zoeken naar de waarheid en de betekenis van leven en dood.

De vraag blijft echter wel of het Tribunaal de dood de maat kan nemen en zo ja, welke maatstaf moet worden gehanteerd. Met prof. Denys is het Tribunaal van oordeel dat de mens de dood nog lang niet kent en dat met een veroordeling van de dood tekort wordt gedaan aan het feit dat de dood ons ook betekenis geeft. De deskundige van het Tribunaal en Denker des Vaderlands prof. Ten Bos heeft de rechtszaak tegen de dood vergeleken met een discussie over de vraag of god is te rechtvaardigen als het leven grillig en onrechtvaardig is. De dood is ongrijpbaar en het komt ons niet toe om zoiets groots als de dood te veroordelen.

Het Tribunaal neemt de conclusie van haar deskundige Ten Bos over en acht zich niet bevoegd om op de aanklacht tegen de dood te oordelen. Het recht is bedoeld om de samenleving van mensen te ordenen en daarvoor regels te geven met consequenties en sancties bij overtreding. Daarin past geen oordeel over leven en dood. Een dergelijk oordeel zou de maatstaven van de wetgeving ver te boven gaan.

Het tribunaal verklaart zich niet bevoegd een rechterlijk oordeel te geven, maar hecht belang aan het denkproces over de betekenis van leven en dood. Door geen uitspraak te doen willen ze dan ook benadrukken dat dit gesprek moet worden voortgezet.

De volledige uitspraak lees je hier of kijk je hier: